Website vergroten/verkleinen: cltr-knop + scrollen


Diversen





Wending, volte en hoeken rijden

Tijdens het rijden van een wending, is het paard gesteld. Het kijkt in de richting waar het heengaat en is gebogen volgens het verloop van de boog die het maakt. Een voorbeeld van het rijden van een wending is een volte. Om een correcte volte te kunnen rijden moet het paard gesteld en gebogen zijn. De achterhand moet op de volte de hoefslag van de voorhand volgen. Ook de ruiter kijkt altijd in de richting waarheen hij gaat en door de binnenzijde van zijn lichaam langer te maken, brengt hij zijn gewicht over op de binnenzitbeenknobbel. Met de binnenkuit drijft hij om het tempo te onderhouden en te voorkomen dat het paard naar binnen valt. De achterhand mag niet naar buiten zwaaien, daarom ligt de buitenkuit iets naar achteren, waardoor het paard op de volte gebogen blijft. De ruiter houdt de handen iets naar voren en naar binnen, maar de buitenhand mag nooit over de manenkam komen. Rijd nooit meer dan twee tot drie maal achtereen op dezelfde hand, wissel deze oefening af door recht voorwaarts te rijden en daarna dezelfde oefening op de andere hand te herhalen...

Bij pas ingereden paarden moet men zich beperken tot grote voltes vanwege balansproblemen bij het paard.

Ook wanneer je door de hoek heen rijdt, rijd je een, weliswaar scherpe, wending. Het correct rijden van een hoek is nog niet zo makkelijk. Het paard moet leren in de juiste stelling en buiging door de hoek te rijden.


Doel:
• het rijden van wendingen veroorzaakt eerder losgelatenheid
• het verbetert de zijwaartse buiging
• door de zijwaartse buiging brengt het paard de binnenheup omlaag en neemt de binnenachterhand meer gewicht op zich
• het verbetert souplesse
• het werkt kalmerend op nerveuze en onrustige paarden
• het helpt bij het ontwikkelen van het ruitergevoel


Hulpen:
• geef een halve ophouding
• vraag een lichte stelling met de binnenhand
• verplaats je gewicht naar de binnenzitbeenknobbel
• breng het paard met de binnenteugel in de wending
• het binnenbeen activeert het binnenachterbeen en rijdt het paard tegen de buitenteugel
• de buitenteugel bepaalt de buiging en daardoor de diameter van de cirkel door zo veel toe te geven als de stelling van de binnenhand vraagt, en zorgt voor het tempo
• het buitenbeen is iets achter de singel en is mede bepalend voor de grootte van de wending, bepaalt de buiging en voorkomt het uitzwaaien van de achterhand
• bij het rijden van een wending (hoek) van 90° in de hoek iets toegeven met de buitenteugel
,

Hoe te leren (grote volte):
• gebruik een "vierkante volte" van ongeveer tien bij tien meter
• loop in stap over de zijde van een vierkant met een licht contact met de paardenmond
• laat het paard vlak voor de hoek tot stilstand komen met behulp van beide teugels
• wanneer het ontspannen staat, geef je even na met de teugels en neem ze daarna direct weer op
• gebruik de binnenteugel om de voorhand opzij te brengen. Gewicht is iets naar binnen geplaatst. Buitenteugel bepaalt de buiging van de hals
• na de wending geef je als beloning de binnenteugel en laat het paard weer op de rechte lijn stappen
• bij de volgende hoek alles herhalen
• wanneer je paard gewillig en op lichte hulpen reageert, laat je hem wenden zonder halt te houden afgewisseld met halthouden vlak voor de hoek.
• als je paard zelf wil afwenden of naar binnen valt, corrigeer je hem met de buitenteugel en binnenbeen of je gaat terug naar halthouden. Je paard moet leren wachten op de hulpen
• je paard moet als het ware leren om net zo lang rechtdoor te gaan totdat je de hulpen geeft voor een wending, ook in de hoek
• herhaal de oefening in draf en neem dan afwisselend je paard voor de hoek terug naar stap
• heb je met het rijden van een vierkante volte genoeg behendigheid , dan lukt het je ook eenvoudig om een goede volte te rijden.
Meer over correct een grote volte rijden: lees hier!

Hoe te leren (kleine volte):
• de eerste poging doe je het best in de hoeken van de rijbaan
• daarna voltes op de lange en korte zijde en vervolgens op de middenlijn
• reeds bij het afwenden moet je de volte in de correcte buiging voor de gewenste doorsnee inleiden
• rijd voltes links gevolg door rechts (achtvorm) en zorg voor precies even grote voltes zonder verlies van takt of impuls.
Meer over correct kleine voltes rijden: lees hier!

Hoe te leren (hoeken):
• volg dezelfde procedure als bij het rijden van een vierkante volte
• uiteindelijk moet je een hoek inleiden met een halve ophouding en een lichte stelling naar binnen
• verhoog de druk op de buitenhand door de inwerking van het binnenbeen
• door toe te te geven met de buitenhand gaat het paard de wending in
Meer over correct rijden van hoeken: lees hier!


Fouten:
• de achterhand zwaait uit
correctie: gebruik minder binnenteugel en meer buitenbeen
• verkeerde stelling
correctie: te veel buitenteugel en te weinig binnenbeen
ook als de ruiter beide handen naar binnenplaatst, valt de binnenschouder weg en komt het paard in de verkeerde stelling
• het paard valt naar buiten
correctie: rijd langs de wand rechtuit zodat de wand het naar buiten treden van het buitenachterbeen verhindert. Breng dan de voorhand van het paard precies zo ver mee de baan in als overeenkomt met de verlangde buiging. De wand ondersteunt dan het begrenzende buitenbeen.
Oefen veel schouderbinnenwaarts.


terug naar boven

Schouder-voor


Schouder-voor rijden is een soort half schouder-binnenwaarts rijden. Het lichaam van het paard blijft in een rechte lijn en zijn buitenschouder wordt zeer licht naar voren gebracht waarbij je paard een lichte stelling aanneemt naar de gevraagde zijde. Het binnenbeen moet daarbij actief blijven en verder onder de massa treden.


Doel
• rechtrichtende oefening
• het is een voorbereiding op het schouder-binnenwaarts rijden
• het is een goede beweging voor heel jonge of erg stijve paarden
• het leren reageren op de druk van het binnenbeen
• het verbetert de kracht van het binnenachterbeen


Hulpen
• verhoog de druk met je binnenbeen zodat het binnenachterbeen van je paard actief gaat ondertreden
• breng beide teugels naar links of rechts om de schouder naar binnen te brengen, maar vraag niet zoveel als bij schouderbinnenwaarts. De buitenteugel komt tegen de hals, de binnenteugel iets van de hals af.
• het buitenbeen ligt iets achter de singel om ervoor te waken dat de achterhand niet uitzwaait
• je lichaam blijft recht en de schouders draaien iets naar binnen. Je schouders zijn altijd parallel aan de schouders van je paard.


Hoe te leren
• om te voorkomen dat een jong paard gaat afwenden is het handig om het schouder-voor richting de bakrand te gaan oefenen. Zorg dat het hoofd de ruimte heeft door op de binnenhoefslag te gaan rijden
• oefen het schouder-voor aan beide kanten
• als je paard het gaat begrijpen ga het schouder-voor naar de binnenzijde rijden
• rijdt een kleine volte voorafgaand aan de oefening zodat je paard reeds de juiste stelling heeft
• uiteindelijk moet je paard afwisselend schouder-voor naar binnen en naar buiten kunnen rijden op de middenlijn zowel als op de volte.
• begin met de oefening in stap, dan in draf en uiteindelijk in galop


terug naar boven

Achterwaarts

Bij het achterwaarts gaan brengt het paard de benen diagonaalsgewijs achteruit. Daarbij moet hij de voeten optillen. Hij mag niet tegen de hand ingaan en moet recht achteruit treden.Het paard moet gehoorzaam, zelfverzekerd en in takt achteruit gaan met duidelijke stappen in tweetakt in een aantal vooraf bepaalde stappen. Vraag de eerste paar keren niet meer dan 1 of 2 passen achterwaarts. Vraag het achterwaarts treden niet te vaak of te lang achtereen; het is een voor het paard tegennatuurlijke beweging - enkele passen in iedere les is voldoende.
Je paard moet voorwaarts blijven tijdens het achterwaarts gaan, dat betekent dat je je paard achterwaarts laat gaan door eerst voorwaarts te drijven en deze voorwaartse beweging om te zetten in achterwaarts door niet toe te geven met de teugel; Het aan de teugel gestelde paard mag niet uit stilstand worden teruggenomen maat moet op het moment dat het een achtervoet opheft om voorwaats te doen, door ophoudende teugelhulpen tot achterwaarts gebracht worden. Je paard moet op een lichte aanwijzing direct bereid zijn actief voorwaarts te gaan als je achteruit stapt.
Na deze oefening rijd je actief voorwaarts in stap of draf aan lichte teugel. Het paard moet steeds aan het bit blijven.
Voordat je begint het paard te vragen achtruit te gaan, moet het vierkant stilstaan. (voorwaarts halthouden)
Het achterwaarts gaan heeft de volgende kenmerken:
• het paard moet zijn voeten optillen
• taktmatige, diagonale beenzetting (tweetakt)
• recht
• een bepaald aantal stappen
• de nek is op het hoogste punt
• de achterhand gaat "zitten" en de achterbenen buigen zich
• de voorbenen worden actief, met een buiging in de knieën achteruit geplaatst
• het mag niet overhaast achteruit gaan

Doel
• gehoorzaamheid in het algemeen
• het is een graadmeter voor de soepelheid en buigzaamheid van de achterhand
• het in overeenstemming brengen vaan aanhoudende teugelhulpen en een passief inwerken van het kruis met een direct daaropvolgend nageven en voorwaartsdrijven
• welven van rug en lendenen
• bevorderen geslotenheid
• bevorderen nageeflijkheid

     

Hulpen
• vierkant halthouden
• met drijvende kuit- en zithulpen het paard tegen de staande hand drijven
• doordat de hand niet nageeft, loopt je paard tegen de hand en omdat het paard de voorwaartse beweging reeds heeft ingezet en nog steeds wil bewegen, gaat hij achteruit
• wanneer er een reactie naar achteren is, onmiddellijk de druk op de teugel weghalen
• je paard moet wachten op de ophoudende teugelhulp alvorens het achterwaarts stapt.
• voor een volgende pas de hulpen herhalen
• in de verdere opleiding geef je beurtelings de teugelhulpen, die recht op het gelijkzijdige achterbeen inwerken, zodat het paard ertoe gebracht wordt de diagonale benen in een opeenvolgend ritme gelijkmatig achterwaarts te plaatsen


Fouten
• scheef achteruit gaan
correctie: oefen aan de wand of tussen twee balken. Als zijn achterhand naar rechts scheef gaat, corrigeren door linkerbeen iets sterker te gebruiken, zodat de linkerschouder niet wegvalt. Tegelijkertijd het rechterbeen iets achter de singel (begrenzend) om te voorkomen dat het rechterachterbeen wegvalt.
• in viertakt
correctie: geef beurtelings de teugelhulpen, die recht op het gelijkzijdige achterbeen werken, zodat het paard ertoe gebracht wordt de diagonale benen in een opeenvolgend ritme gelijkmatig achterwaarts te plaatsen
• paard gaat wat omhoog
correctie: oefen eerst weer ontspannen aan de hand. Overval je paard niet met de hulpen maar leidt het rustig in met een lichte stelling naar binnen en een wat diepere insttelling tijdens het halthouden.
Verbeter je aanleuning.
• paard verzet zich
correctie: meestal een gebrek aan soepelheid en nageeflijkheid van je paard; het paard is er misschien nog niet aan toe.
Oefen het achterwaarts gaan aan de hand met stemhulp. Herhaal de stemhulp tijdens de oefening onder het zadel.
Laat je paard halthouden tussen twee steiltjes op ongeveer 1 meter hoogte. Leg een losse balk dwars op de steiltjes en rol deze terug zodat het paard achteruit moet. Geef de balk desnoods een zetje zodat een schrikreactie ontstaat. Beloon ieder klein resultaat uitbundig en stop de oefening. Het verlaten van de rijbaan is op dat moment de beste beloning.
• paard treedt overhaast achterwaarts
correctie: laat direkt na de aannemende teugelhulp de teugels ontspannen tot een nagevende teugelhulp en laat hem even ontspannen halthouden. Leg je onderbeen niet naar achteren en ga enigszins in de verlichte zit zitten.


Hoe te leren
• oefen het achterwaarts eerst aan de hand
• tik met een zweepje of het leidtouw tegen de schouder (zie plaatje), gebruik gelijktijdig aannemende teugelhulpen en zeg: "terug"
• beloon iedere beweging naar achteren en ga direkt weer voorwaarts
• herhaal de oefeningen in het zadel met een hulp op de grond met gebruik van het commando
• als je alleen oefent, kun je dat misschien het beste vanuit een hoek doen zodat het paard niet voorwaarts kan en gebruik het commando. Beloon uitgebreid een goede reactie.
• de beste beloning is het verlaten van de bak dus oefen het achterwaarts gaan de eerste paar keer aan het einde van je training en stop direct bij gewenst resultaat
• als je paard weet wat de bedoeling is, ga je het achterwaarts ook op andere plaatsen oefenen. Eerst langs de bakrand, zodanig dat hij recht achteruit gaat. Ieder paard gaat eerst scheef achteruit, steeds aan dezelfde kant. Voorkom dit probleem met behulp van de bakrand. Of leg twee balkjes in de bak waartussen je het achteruit gaan oefent om dezelfde reden.
• wanneer je paard een paar passen achterwaarts gedaan heeft, rijd je hem direkt daarna goed voorwaarts in stap, draf of galop
• heb vooral veel geduld

Om het paard achterwaarts te laten gaan moet je op dit punt drukken
Bron:
Dressuur met Kyra
Kyra Kyrklund Jytte Lemkow

terug naar boven

Keertwending om de voorhand

Niet iedereen is gecharmeerd van deze oefening omdat sommige vinden dat het het paard te veel "remt" en op de voorbenen brengt in plaats van op de achterbenen.
De "binnenzijde" is de zijde waarnaar het paard is gesteld; onder "buitenzijde"op wordt de andere zijde van het gebogen paard verstaan.
Bij een keertwending om de voorhand beweegt het paard vanuit halthouden een halve cirkel naar links of naar rechts om de voorhand, waarbij het binnenvoorbeen als spil dient en derhalve zo veel mogelijk op de plaats blijft. Het paard heeft een lichte stelling in de nek naar de zijde waar ook de zijwaarts drijvende kuit actief wordt. Het binnenbeen drijft het binnenachterbeen van het paard stap voor stap opzij. Het binnenachterbeen moet voor het buitenbeen langs treden. De wending om de voorhand moet uit nette en gelijkmatie passen bestaan en mag geen gehaaste indruk maken.

Bron:
http://www.
stareclipse.com/paarden/
  

Doel
• het losmaken en ontspannen van de achterhand
• gehoorzaamheid van het jonge paard voor zijwaartse hulpen verbeteren



Hulpen
• eenzijdige hulpen: been en teugel werken aan één kant in
• houd halt op de tweede hoefslag i.v.m. de ruimte voor het hoofd
• door indraaien van de rechter- (linker) hand wordt een lichte stelling naar rechts (links) gevraagd
• breng je gewicht op de rechter- (linker-) zitbeenknobbel
• rechter- (linker-) been dicht achter de singel
• rechter (linker-) been drukt de achterhand stap voor stap zijwaarts tot de wending is voltooid
• linker- (resp. rechter-) been licht begrenzend aan de singel
• linker (rechter-)been verhindert zowel een overhaast omstappen als een achterwaarts stappen van de achterhand
• linker- (rechter- ) teugel begrenst het wegvallen van de linker- (rechter-) schouder
• elke stap opvangen met het begrenzende been dicht achter de singel waarbij het paard telkens een kort ogenblik een ophouding moet worden gegeven om de inwerking te controleren


Fouten
• het paard kruipt achterwaarts en het binnenachterbeen gaat achter het buitenbeen langs
correctie: meer gehoorzaamheid vragen van het drijvende binnenbeen evt. ondersteunt met het aantikken van de zweep aan dezelfde kant. Meer drijvende zithulp.
• omzwaaien van de achterhand
correctie: beter inwerken met het begrenzende been
• te sterke stelling
correctie: meer buitenteugel


terug naar boven

Keertwending om de achterhand

Bron:
Dressuur met Kyra
Kyra Kyrklund Jytte Lemkow

In de ideale pirouette, in stap of in galop, maakt het paard met een goede aanleuning en correcte zijwaartse buiging met de voorhand een wending van 360° (180° in een halve pirouette) om zijn binnenachterbeen, dat vrijwel op dezelfde plaats stapt. Het paard is gesteld in de richting van de beweging. De straal van de cirkel is gelijk aan de lengte van het paardenlichaam. Het binnenachterbeen beweegt op dezelfde plaats op en neer, terwijl het buitenachterbeen daar in een kleine cirkel omheen stapt. De voorbenen treden bij de wending voorwaarts en zijwaarts, en kruisen elkaar enigszins. De achterbenen mogen elkaar niet kruisen, maar treden verder naar voren onder het zwaartepunt. Pas tijdens de laatste stap mag het paard met de buitenste achtervoet voorwaats-zijwaarts overtreden.


De grote keertwending om de achterhand
Dit is een oefening om het paard voor te bereiden op de verzameling. De grote keertwending wordt uitgevoerd vanuit de arbeidsstap, voorbereid door ophoudingen om de stappassen iets te verkorten en het onderbrengen van/ het dragen van de achterhand te bewerkstelligen. Tijdens de grote keertwending is het paard licht gesteld en gebogen in de richting van de wending. De grote keertwending wordt uitgevoerd met een grotere diameter, 0,5m, dan de keertwending om de achterhand maar de beoordelingscriteria voor wat betreft, regelmaat, ontspanning en souplesse, aanleuning, de impuls en het rechtgericht zijn, blijven dezelfde als bij de keertwending om de achterhand.


Doel
• het verder onder de massa brengen van de achterhand
• het losmaken en ontspannen van de voorhand
• gehoorzaamheid van het paard voor zijwaartse hulpen verbeteren
• voorbereiding voor een pirouette in galop


Hulpen
De hulpen voor de pirouette in stap en galop zijn vrijwel identiek.
• vooraf geef je een halve ophouding
• de binnenteugel leidt het paard de wending in, maar moet tegelijkertijd zacht zijn en kunnen nageven
• de buitenteugel regelt de stelling en onderhoudt de verzameling
• beide teugels remmen het paard wanneer het te snel gaat stappen
• je richt je binnenschouder iets naar achter om de binnenzitbeenknobbel zwaarder te belasten
• het binnenbeen blijft in de normale positie en zorgt voor de buiging samen met het begrenzende buitenbeen drijft het paard, indien nodig, voorwaarts of zorgt voor de taktmatige afzet
• het buitenbeen wordt iets naar achteren gebracht om te voorkomen dat de achterhand naar buiten wijkt en volgens sommigen is dit been veraantwoordelijk voor de voorwaartse beweging


Je paard moet:
• een bepaalde mate van verzameling bereikt hebben
• moet volkomen recht over een rechte lijn kunnen stappen zonder aanleuning van een muur of een hek
• moet on-zet-tend langzaam kunnen stappen zonder al te sterke teugelhulpen
• je moet je paard naar beiden kanten kunnen stellen terwijl zijn voor- en achterbenen op hetzelfde spoor blijven

Hoe te leren
• als je paard langzaam, recht, en los in stelling voorwaarts kan gaan, kun je de hulpen voor de wending gaan geven
• hou de neus iets voor de loodlijn zodat je je paard kunt corrigeren als het zijn binnenachterbeen niet duidelijk optilt
• hou er rekening mee dat het buitenvoor- en achterbeen van je paard na een correcte pirouette op een lijn zullen uitkomen die ongeveer een lichaamsbreedte naast de lijn ligt waarop je begon.


Bron:
Dressuur met Kyra
Kyra Kyrklund
Jytte Lemkow

Fouten
• het paard wil geen stelling aannemen en drukt zijn achterhand naar buiten
correctie: ga niet terugduwen met het buitenbeen, daardoor valt het paard naar binnen op zijn achterhand, in een traversachtige houding. Het paard gaat zijn buitenachterbeen voor zijn binnenachterbeen kruisen en kan daadoor niet de verzameling onderhouden. Met dit uitganspunt kan een pirouette nooit worden uitgevoerd.
• paard strekt zijn hoofd en hals naar voren
correctie: optillen met de buitenteugel
• de buitenhoef achter stapt niet om de binnenhoef en de viertakt van de stap is niet herkenbaar. De beweging blijft niet voorwaarts.
correctie: Zit in de bewegingsrichting en belast niet hoofdzakelijk de buitenzitbeenknobbel. Drijf energieker met je binnenbeen om de beweging vloeiender te maken, de takt te bewaren en het voorwaarts zijn te bevorderen.
• ruiter gebruikt zijn gewicht verkeerd
als het paard direkt in de wending wil zodra er om stelling wordt gevraagd wil de ruiter dat vaak corrigeren met zijn gewicht. De correctie moet bestaan uit het gebruik van de buitenteugel

  

terug naar boven

Springoefeningen in zakformaat
springboekje
Wil je verschillende springoefeningen en enkele parcoursschetsen in een handig boekje?
Een leuk geschenk voor jezelf, je vriend(in) of familielid.

Lees meer ............


terug naar boven