Website vergroten/verkleinen: cltr-knop + scrollen


Het bit




Hoofdzakelijk uit:
www.bokt.nl
http://www.horseparadise.be/bitten.htm



Het bit

Een bit hangt aan het hoofdstel en zit in de mond van het paard. Het geeft de mogelijkheid tot communiceren tussen paard en ruiter. Het is meestal gemaakt van metaal (Argentaan, Aurigan, roestvrij staal etc.) of rubber, maar ook andere materialen zijn mogelijk. Er zijn vele variaties van bitten.


Onderdelen trensbit:
1. mondstuk
2. bitringen
3. tonglepel




Onderdelen stangbit of Kandare:
• scharen
• tongpoort
• teugelring
• sperriemogen
• sperriemring
• kinketting
• kinkettinghaken



Inwerking
Een optoming kan op verschillende plaatsen op het paardenhoofd inwerken, in de mond:
• lagen
• mondhoeken en lippen
• tong
• gehemelte

En aan de buitenkant op het hoofd:
• nek
• kingroeve
• neusbeen
De meeste optomingen werken op meerdere plaatsen in. Dit kan tegelijk, maar ook na elkaar zijn. Dit is afhankelijk van hoe hard de ruiter aan de teugels trekt.

Een bit wordt vaak gecombineerd met een neusriem, ook deze heeft invloed op de inwerking.




terug naar boven

Pasvorm

• het bit moet een ½ tot 1 cm breder zijn aan beide zijden van de mond. Er moet een vinger tussen kunnen.
• de bakstukken mogen niet strak zitten
• er mogen niet meer dan 2 plooien zichtbaar zijn bij de mond

Het is heel belangrijk dat een bit goed past. Alleen als het goed past, werkt het zoals het bedoeld is. Daarnaast kan een slecht passend bit het paard onnodig pijn doen. Hieronder staan wat richtlijnen weergegeven. Toch is het ook vaak een kwestie van uitproberen wat voor jouw paard het prettigst werkt.

Breedte
De breedte van het bit wordt gemeten tussen de ringen. Dit wil per fabrikant nog wel eens verschillen, het loont de moeite om een bit even na te meten als je twijfelt over de maat. De ringen van een bit moeten goed aansluiten tegen de wangen. Een te smal bit geeft irritaties bij de mondhoeken en een te breed bit kan door de mond gaan 'zagen'.
Het makkelijkste om de juiste breedte te bepalen is op het oog een schatting te maken en dan een aantal bitten uit te proberen en te kijken hoe ze liggen. Men kan ook een touw in de paardenmond leggen en zo een eerste meting maken.
Een standaard bitmaat voor een paard is er niet, het schema hieronder geeft slechts een leidraad:

A,B en kleine C pony's
Grote C,D en E pony's
Grote E pony's en kleine tot middelgrote paarden
Grote paarden
10.5 cm
11.5 cm
12.5 cm
13.5 cm

Dikte
De dikte van het bit wordt op circa 1 cm vanaf de ringen gemeten.
Hoe dik een bit moet zijn, is afhankelijk van de bouw van de mond en de voorkeur van het paard. Er wordt wel gezegd dat een dik bit een vriendelijker bit is en dat een dun bit scherp is, maar dit is lang niet altijd waar. Een paard met een klein en fijn mondje heeft helemaal geen plaats voor een dik bit, voor zo'n paard is een dik bit heel onaangenaam. Ook hier geldt weer dat het een kwestie van uitproberen is wat voor jouw paard de juiste dikte is.
Kenmerken van een te dik bit:
• onwil bij het optomen
• mond openen tijdens het rijden
• problemen met de tong
• zichtbare schade aan de lagen

Verzet paard
Een paard kan zich verzetten tegen het bit, niet te verwarren met verzet tegen de ruiterhand. Verschijnselen van verzet zijn:
• achter de teugel/bit
• tegen de teugel/de neus naar voren steken
• door de hand heenlopen en niet willen halthouden
• over de schouder wegvallen
• op de voorhand vallen
• een overactieve onrustige mond


terug naar boven

Soorten bitten

Welk bit je kiest is afhankelijk van:
• de mond van je paard
• de kin, kingroeve en nek bij een stangbit
• niveau van ruiter en paard
• de ruitersportdiscipline

Met een onervaren ruiter of een onervaren paard is het raadzaam om met een eenvoudig trensbit te rijden. Deze bitten werken grotendeels in op de tong van het paard.
Een combinatiebit of het gebruik van standg en trens moet worden overgelaten aan zeer ervaren ruiters en paarden.

Er zijn ontzettend veel verschillende soorten bitten, die onderverdeeld kunnen worden in een aantal categorieën:
• trensbit met verschillende mondstukken en ringen
• stangbit met verschillende mondstukken en scharen
• ophaaltrens
• combinatiebitten met verschillende mondstukken en ringen
• westernbitten
• rensport bitten
• menbitten
• trainings- en showbitten
• overige bitten


terug naar boven

Trensbitten

Een trens is een heel simpel bit. Het bestaat uit 2 ringen en een mondstuk. Het mondstuk kan verschillende vormen hebben en ook de vorm van de ringen en de bevestiging van de ringen aan het mondstuk kunnen verschillen.
Het mondstuk kan ongebroken zijn en is niet te verwarren met een stangbit. Een stangbit heeft altijd een ongebroken mondstuk, scharen en een kinketting.


Onderlegtrens
Deze is dunner dan een normale trens zodat hij beter met een stang gecombineerd kan worden, sommigen gebruiken ook wel een normale trens, maar normaal gezien leg je de onderlegtrens erin omdat deze wat dunner is, mede daardoor zal hij ook wat scherper inwerken. Aan de inlegtrens wordt je 'gewone' teugel bevestigd (de breedste van de twee). Je rijdt nog altijd op de gewone trens en je pakt de stang erbij wanneer het nodig is.


Soorten bitringen

O-ringen


Bustrens
Bij een bustrens loopt het mondstuk vloeiend over in de ringen. Het bit ligt daardoor rustiger en de mondhoeken zullen minder snel beschadigen.

Watertrens
Bij een watertrens lopen de bitringen door het mondstuk en ze kunnen vrij rond draaien. Het mondstuk ligt hierdoor relatief los in de mond. Het is belangrijk dat de watertrens netjes is afgewerkt, geen scherpe randjes bevat en niet te smal is, anders kan een velletje in de mondhoeken er op een vervelende manier tussen komen. Mocht je paard hier toch problemen mee krijgen, dan kun je eventueel rubberen bitschijven gebruiken.




D-trens
Normaal gesproken zijn de bitringen rond, bij een D-trens zijn deze D-vormig. De druk van de D tegen de wang vergemakkelijkt het sturen, want het hoofd wordt automatisch al in de juiste richting geduwd. Vooral voor jonge paarden die de druk in hun mond nog niet zo goed begrijpen kan dit een groot voordeel zijn.



Kneveltrens
Een kneveltrens heeft metalen staafjes naast de bitringen. Hierdoor kan het bit niet door de mond heen getrokken worden en bovendien stuurt het makkelijker door de druk tegen de wang. Een kneveltrens ligt heel rustig in de mond.


Fulmertrens
Een andere vorm van de kneveltrens is de fulmertrens. Het verschil tussen een kneveltrens en een fulmertrens is dat bij een kneveltrens het mondstuk soms met bussen aan de bitringen zit, zoals bij een bustrens. Het nadeel is dat hier speling kan ontstaan tussen het mondstuk en de ringen. Dat geeft makkelijk beschadigingen aan de mondhoeken. Bij een fulmertrens loopt het mondstuk vloeiend over in de knevels en kunnen de mondhoeken dus minder makkelijk beschadigd raken. Het nadeel hiervan echter is weer dat het mondstuk breder wordt, waardoor de notenkrakerwerking groter wordt.



Halve kneveltrens
Heeft alleen knevels aan de onderzijde die druk uitoefenen op de buitenkant van de onderkaak en zo helpen bij het sturen.


Filet Baucher trens
Deze heeft aparte ringen voor de bakstukken. In tegenstelling tot andere trenzen oefent dit bit door een lichte hefboomwerking druk uit achter de oren van het paard.



Mondstukken


Een mondstuk kan in ieder bit voorkomen behalve in het stangbit.


Ongebroken
We spreken van een ongebroken mondstuk als het mondstuk uit 1 geheel bestaat, dat tegenwoordig meestal licht gebogen is. Eénzijdige inwerking is niet mogelijk.
Verdeelt de druk gelijkmatig indien hij iets rond is van vorm. Door de geringe boog heeft de tong meer ruimte.
Werkt vooral in op tong en lippen en minder op de lagen en kan niet in het gehemelte prikken. Het bit ligt stabiel en stil in de mond. Het wordt vaak gebruikt bij voorbrenghoofdstellen maar mag ook op een wedstrijd gebruikt worden.
Men denkt vaak dat een ongebroken bit een stang is, maar dat is niet correct. Een stang is een bit met hefboomwerking en een kinketting.

Een ongebroken mondstuk kan een tongboog of tongpoort bevatten.
Een boog of poort biedt meer vrijheid aan de tong. Een boog is herkenbaar doordat het gehele mondstuk over de totale lengte gebogen is. Een poort daarentegen is een verhoging in het mondstuk in het centrum van het bit. De inwerking is verschillend. Een boog doet de druk gelijkmatig verdelen en geeft de tong meer ruimte, een poort geeft meer vrijheid voor de tong, afhankelijk van het model. Smalle poorten oefenen druk uit op de zijkant van de tong, als hij aan de hoge kant is kan hij ook het verhemelte raken. Dit wordt een correctiebit genoemd.
De tongboog of -poort kan een draaicilinder bevatten voor de ontspanning.





Enkel gebroken
Het mondstuk bestaat uit 2 gelijk lange delen die middels een scharnierpunt met elkaar verbonden zijn. Bij druk op de teugels scharniert het bit waardoor de druk op een andere manier verdeeld wordt over lagen, tong en gehemelte. Bij verkeerd gebruik knijpt het de monhoeken samen als een notenkraker en oefent daarnaast druk uit op de lagen, de tong en het gehemelte. Enkel gebroken trenzen hebben een dun, massief mondstuk of een dikker, grof mondstuk. Er wordt wel gezegd dat een dik bit een vriendelijker bit is en dat een dun bit scherp is, maar dit is lang niet altijd waar. Een paard met een klein en fijn mondje heeft helemaal geen plaats voor een dik bit, voor zo'n paard is een dik bit heel onaangenaam.



Dubbelgebroken
Het mondstuk bestaat uit 3 delen, aan weerszijde 2 gelijk lange delen, in het midden een plat, bol, rond stukje dat het mondstuk op 2 plaatsen laat scharnieren. Hierdoor is eenzijdig inwerken mogelijk, en de inklemming van de zijkanten en de inwerking op het gehemelte is minder dan bij een enkelgebroken bit.





Rolletjes
Het ontmoedigt het paard om met het bit te spelen, zodat hij zijn mond ontspant. De rolletjes kunnen uit 1 metaalsoort zijn maar kan ook een combinatie van metalen zijn. Bij het gebruik van verschillende metalen kan een chemische reactie optreden die een electrische spanning veroorzaakt, wat het paard mogelijk kan voelen. Het gebruik van een rolletjesbit met verschillende metalen is daarom omstreden.



Gedraaid
Als enkelgebroken trens, maar werkt voornamelijk op de tong en mondhoeken scherper in.



Bolletjes
Zeer flexibel mondstuk. Voorkomt dat het paard op het bit gaat 'hangen'.



Nieuwe modellen
Er zijn nieuwe modellen voor mondstukken ontwikkeld, die een betere pasvorm hebben in de mond van het paard. Ook in deze modellen zijn vele variaties mogelijk.
Er zijn bitten bij met een constructie in het midden van het bit die een onafhankelijke zijdelingse inwerking van het bit mogelijk maken.



Tonglepelmondstuk
Door een metaalplaatje aan het mondstuk wordt het paard verhinderd om de tong over het bit te gooien.





terug naar boven

Materiaal bitten

Roestvrij staal
Roestvrij staal is sterk en makkelijk te reiningen en wordt het meest gebruikt. Een nadeel is dat het koud aanvoelt en daardoor de speekselproductie niet stimuleert.



Rubber
Rubber of gevulkaniseerd rubber wordt gebruikt om metalen bitten minder scherp te maken, maar is niet duurzaam en makkelijk kapot te kauwen. Gevulkaniseerd rubber is harder. Een rubber bit kan soms te warm worden door wrijving.



Kunststof
Kunststof bitten zijn flexibel als ze ongebroken zijn. Deze materialen worden ook gebruikt rond metalen bitten. Een kunststof mondstuk is verkrijgbaar met een vruchtensmaak om het aantrekkelijker te maken.



Koper
Koperen bitten of bitten met een koperlegering warmen sneller op tot de lichaamstemperatuur van het paard dan stalen bitten, maar gaan minder lang mee. Ze moedigen paarden aan speeksel te produceren.



Happy mouth
Dit is een zacht inwerkend bit. Sommige paarden vinden het bit te dik voor hun mond of ervaren de eventuele bolletjes als minder prettig. Ze zijn in verschillende kleuren verkrijgbaar.



Nathe
Dit materiaal valt onder de happy mouth bitten maar is flexibel en altijd wit.



Argentaan/aurigan
Argentaan is 60% koper en 40% RVS. Aurigan is 80% koper en 20% RVS, maar de percentages kunnen nog wel eens wisselen per fabrikant. Het bevordert de speekselvorming en dus het kauwen op het bit.
Paarden kunnen allergisch reageren op argentaan omdat daar nikkel in verwerkt is.



terug naar boven

Stangbitten

Een stangbit heeft altijd een ongebroken mondstuk, scharen en een kinketting. De scharen kunnen variëren in vorm en lengte en het mondstuk kan verschillende vormen hebben met meer of minder tongvrijheid en soms een speelelement. Ook de ringen kunnen verschillende vormen hebben
De ketting wordt aan de beide kettinghaakjes aan het bit bevestigd. De kinketting moet over de hele kin aanliggen en niet slechts op een paar plaatsen raken, wat gebeurt als het mondstuk te wijd is. De lengte van de kinketting is correct als je er een vinger tussen kunt leggen als de rechte lijn van de scharen in dezelfde lijn liggen als de bakstukken. Als je de teugels aanneemt en de stang aantrekt moet je slechts druk voelen op de vinger en liggen de scharen in een hoek van ongeveer 45 graden naar achteren. Let op dat de kinketting niet gedraaid wordt bevestigd.
Het stangbit kan kortere en langere scharen hebben.
Het stangbit is ongeschikt voor de onervaren ruiten en/of paard

Afhankelijk van het type bit:
- werkt hij in op de kin en/of nek en op de lagen
- afhankelijk van de tongpoort is er meer of minder tongvrijheid
- kunnen druk uitoefenen op het verhemelte afhankelijk van de hoogte van de tongpoort
- kunnen een zijdelingse onafhankelijke inwerking hebben


Dit stangbit wordt meestal gecombineerd met een onderlegtrens en wordt dan gebruikt in de dressuur.


Liverpool
Wordt meestal gebruikt bij het mennen. De gleuven in de scharen bieden meerdere mogelijkheden om de teugels te bevestigen met verschillende inwerking
De Liverpool is ook verkrijgbaar met kortere scharen met minder gleuven.


Spaanse kandare


IJslands bit
Het IJslandse bit heeft lange scharen en een kinketting, en wordt voornamelijk gebruikt bij IJslanders. Het is in verschillende uitvoeringen verkrijgbaar: ongebroken, enkel gebroken en dubbel gebroken. Door de lange scharen in combinatie met de kinketting werkt het bit erg scherp in en mag dus alleen gebruikt worden bij volledig getrainde paarden die in alle gangen op de zit gereden kunnen worden, in combinatie met een zeer ervaren ruiter met stille hand. De scherpte van het bit hangt af van hoe strak de kinketting zit, hoe strakker de kinketting hoe harder de inwerking. Bij juiste hoofdhouding van het paard mag de kinketting niet inwerken. Bij onjuist gebruik kan het bit veel schade aanbrengen in de mond van het paard.
Als het bit goed gebruikt wordt zal een goed getraind paard alleen maar beter gaan op een IJslands bit. Door het gewicht van het bit zal het paard zijn hoofd beter dragen, en automatisch een betere houding aannemen. Het bit mag bij wedstrijden alleen in de sportklasse's gebruikt worden. De scharen van het bit mogen niet langer zijn dan 17 cm, en het mondstuk moet minimaal 10.8 mm dik zijn.
Het bit word gebruikt in combinatie met een hoge neusriem.




Mondstukken

Het stangbit is met verschillende vormen van de mondstukken te verkrijgen. Al dan niet met meer tongvrijheid, meer of minder druk op de lagen, meer of minder druk op de tong of meer druk op het verhemelte.
Tevens zijn er bitten met een rolcylinder in de tongboog te verkrijgen voor de ontspanning.

Een stang kan een tongboog of tongpoort bevatten.
Een boog of poort biedt meer vrijheid aan de tong. Een boog is herkenbaar doordat het gehele mondstuk over de totale lengte gebogen is. Een poort daarentegen is een verhoging in het mondstuk in het centrum van het bit. De inwerking is verschillend. Een boog doet de druk gelijkmatig verdelen en geeft de tong meer ruimte, een poort geeft meer vrijheid voor de tong, afhankelijk van het model. Smalle poorten oefenen druk uit op de zijkant van de tong, als hij aan de hoge kant is kan hij ook het verhemelte raken. Dit wordt een correctiebit genoemd.



terug naar boven

Combinatiebit

Combineert de werking van een stang en een trens in één bit.


Pelham
De pelham maakt net als een stangbit gebruik van een hefboomwerking. Aan beide zijdes van het mondstuk en aan de onderscharen zitten ringen waaraan de teugels bevestigd kunnen worden.
Er zijn twee varianten: de "echte" pelham heeft een ongebroken mondstuk, deze wordt zonder onderlegtrens en bij correct gebruik met twee paar teugels gebruikt. Het bit heeft twee bevestigingsmogelijkheden voor de teugels; aan de bovenkant, op gelijke hoogte met het mondstuk en onderaan de scharen. Trekt de ruiter aan de bovenste teugel, dan werkt het bit in als een trens, dus zonder hefboom. Trekt de ruiter aan de onderste teugel, dan werkt het bit in als een stang. De pelham moet dan ook altijd gebruikt worden in combinatie met een kinketting. Om gebruik te kunnen maken van deze twee verschillende manieren van inwerken moet de pelham met dubbele teugels gebruikt worden.
Zogenaamde "pelhamriempjes" verbinden de twee bevestigingsmogelijkheden met elkaar en daaraan wordt dan weer een enkele teugel vast gemaakt. Het gebruik van deze riempjes is af te raden, er is dan geen onderscheid meer in inwerking van de "trens" (bovenste teugel) en "stang" (onderste teugel), wat de werking van het bit onnodig vaag en hard maakt.

Een vaak gebruikte variant is de "nep" pelham met een gebroken mondstuk, waarbij de werking vergelijkbaar is met het rijden met een kale stang. Hierbij is er ook sprake van inwerking op de onderkaak.

Een echte pelham met twee paar teugels kan geschikt zijn voor paarden die moeten wennen aan een stang en trens, of paarden die te weinig ruimte in hun mond hebben voor twee mondstukken. De werking van een pelham lijkt zeer op de werking van een stang en trens maar bereikt nooit exact dezelfde fijne afstemming.

 






Halvemaanvormige pelham
Wordt het meest gebruikt en dit bit heeft ook de zachtste inwerking.



Gebroken pelham
Werkt erg scherp in: het gebroken mondstuk werkt direct in op de tong.



Rugby pelham
Heeft losse scharnierende bitringen voor de trensteugel en werkt daardoor sterkter in achter de oren en in de kingroeve.


Scamperdale pelham
Is ideaal voor paarden met dikke lippen. Het mondstuk is zo gevormd dat het aan beide uiteinden terug buigt. Dit houdt de scharen van het bit weg van de lippen, zodat schaafwondjes worden voorkomen.



Globe pelham
Wordt slechts met één teugel gereden, die aan de onderste bitringen wordt bevestigd.



Kimblewick of Kimberwick
Een ander voorbeeld van een pelham is de kimblewick welke een minder sterke hefboomwerking heeft en met één teugel gereden wordt. Werkt als een trens als de ruiter zijn handen hoog houdt. Bij een lagere handhouding is de hefboomwerking sterker.
Een kimbelwick is met verschillende bitringen te krijgen.



Thiedemann stang
Werkt in op de mond, in de nek achter de oren en onder de kin met de kinketting.
Dit is een kimblewick (Kimberwick) met twee gleuven in de bitringen voor de teugels, zodat de bevestigingshoogte van de teugels goed bepaald kan worden. Hoe lager de teugel des te grote de hefboomwerking. Er kan met één of twee teugels gereden worden.
De ketting wordt aan de beide bithaakjes aan het bit bevestigd. De kinketting moet over de hele kin aanliggen en niet slechts op een paar plaatsen raken, wat gebeurt als het mondstuk te wijd is. De lengte van de kinketting is correct als je er een vinger tussen kunt leggen als de rechte lijn van de D-ring in dezelfde lijn ligt als de bakstukken. Als je de teugels aanneemt en de stang aantrekt moet je slechts druk voelen op de vinger en ligt de rechte kant van de D-ring in een hoek van ongeveer 45 graden naar achteren.Let op dat de kinketting niet gedraaid wowrdt bevestigd.



Myler combinatiebit
Verdeelt de druk op de mond, de kin, de neus of de nek van het paard, of neemt de duk weg. Zijn met verschillende bitringen en neusriemen en kinketting of -riem te krijgen.




terug naar boven

Dubbel bit

Als het paard verder wordt opgeleid en toe is aan de verzameling dan kan je met twee bitten rijden. Hetzij in de vorm van stang en trens of kaptoom en kandare. Je hebt dan een optoming in handen die je onafhankelijk van elkaar kunt gebruiken.
In de hogere dressuurklasses mag er gereden worden met stang en trens, het paard heeft dan 2 bitten tegelijkertijd in de mond. Dit biedt de meeste mogelijkheden om op het paard in te werken. De stang helpt de ruiter om het paard te verzamelen, de trens om het te laten strekken. De lengte van de scharen varieert, maar in het algemeen geldt: hoe langer de scharen, des te groter de druk achter de oren. Door de combinatie van deze 2 bitten is ook alles daar tussenin te bepalen. Trenzen die gebruikt worden in combinatie met een stang heten onderlegtrensen. De vorm en de bitringen kennen dezelfde variaties als de normale trens, maar het mondstuk is meestal dunner en de bitringen kleiner om voldoende ruimte over te laten voor de stang en de kinketting niet te belemmeren.

In de Academische rijkunst wordt niet met stang en trens gereden maar met kandare en kaptoom. De kaptoom heeft dan dezelfde functie als de trens.

Lees meer!



Stang-trens


kandare-kaptoom

terug naar boven

Ophaaltrenzen

Ophaaltrens
Heeft ronde ogen in de bitringen, waardoor de ophaalriempjes glijden. Hoe groter de bitringen, des te sterker de inwerking.


Ophaalbustrens
Heeft een vergelijkbare inwerking. Hoe groter de bitringen, des te sterker de inwerking.


Pessoa bit
Een pessoa-bit is een trens met een hefboomwerking, maar zonder kinketting. Bovenop de grote bitring zit een klein ringetje waar het bakstuk aan vast gemaakt wordt en onderop de bitringen zitten ook nog 1 of meer ringen waaraan de teugels bevestigd worden. Hoe lager, hoe sterker de inwerking. De precieze inwerking is weer afhankelijk van de vorm van het mondstuk, maar dit bit werkt sterker in op de mondhoeken en geeft ook druk achter de oren.







Schenkeltrens
Bij dit bit worden ook 2 teugels gebruikt (één aan de middelste bitringen en één aan de onderste ringen). Als de onderste teugel wordt gebruikt, glijdt het mondstuk omhoog waardoor het paard het hoofd opricht.


Ophaalriempjes
Zij zijn gemaakt van leer of nylon. Ze worden bevestigd aan de bakstukken van het hoofdstel en worden vervolgens door de bitringen gehaald en aan de teugel vastgemaakt. Je maakt die pinnetjes aan de kant van het gespje los, steekt het door de ringen van de ophaaltrens heen en maakt de pinnetjes weer vast. Als de ruiter de teugels opneemt, glijdt het bit langs de riempjes omhoog en zal het paard het hoofd oprichten.



terug naar boven

Overige bitten

Citation
Het bit hoort bij een speciaal Norton hoofdstel. Het heeft twee mondstukken, waarbij de dunnere via de ringen direct aan de neusriem wordt bevestigd. Dit is een zeer specialistische optoming die alleen geschikt is voor zeer ervaren ruiters.



Cornish bit
Heeft twee paar bitringen, waarbij één paar door gaten in het mondstuk loopt. Deze binnenste ringen worden aan de bakstukken bevestigd en de buitenste ringen aan de teugels. In combinatie met een gedraaid mondstuk is dit een bijzonder scherp bit.



Fluitbit
Het fluitbit heeft een breed en hol mondstuk met kleine gaatjes. Dit bit is speciaal ontwikkeld om te voorkomen dat het paard lucht inslikt bij het luchtzuigen of kribbenbijten.



Tonglepelbit
In dit bit zit een vlak metalen plaatje verwerkt, dat ervoor zorgt dat het paard zijn tong niet over het bit kan leggen.



Vlinderbit
Dit is geen echt bit, maar het wordt met de haken bevestigd aan een ander bit en versterkt zo de inwerking ervan.



Speelbit




terug naar boven

Accessoires hoofdstel

Bitschijven
Dit zijn rubberen schijven/ringen die aan het bit bevestigd worden:
• om te voorkomen dat de mondhoeken van je paard beschadigen.
• ter voorkoming van het bit door de mond trekken.
Vooral als je als ruiter een probleem hebt om evenveel druk te houden op beide teugels, trek je het bit aan één kant uit de mond.
Biij een jong paard dat je nog niet op de benen kan sturen, krijg je nogal eens met dit probleem te maken.
• de rubberen schijven geven druk op de buitenzijde van de mond van je paard. Dit kan helpen bij het sturen van een jong paard.

Bevestiging
Je moet de rubberen schijf oprekken en over de ringen van je bit trekken. Leg de schijven eventueel een poosje in het warme water en/of doe wat vaseline rondom het gat. Trek een touwtje door het gat, bevestig dit aan een vast voorwerp. Doe nog een touwtje door het gat en trek hiermee het rubber over de ring van je bit.




Tonglepel
Een tonglepel wordt gebruikt voor paarden die hun tong over het bit leggen of uit de mond laten hangen en daardoor onbestuurbaar worden.
Als je paard zijn tong over het bit legt, is er iets mis, dan heeft het paard pijn of ongemak en moet je dat wegnemen door een ander bit te gebruiken of je hoofdstel aan te passen of er is iets mis met de aanleuning of je paard is te gespannen.
Een tonglepel moet gezien worden als tijdelijk hulpmiddel om een aangeleerde gewoonte af te leren.
Juist door deze tijdelijkheid heeft een rubberen tonglepel het voordeel dat hij weer makkelijk verwijderd kan worden ten opzichte van een bit met ijzeren tonglepel. Nadeel van rubber is echter dat het paard het kapot kan bijten.

De tonglepel moet naar achteren in de mond liggen.



Longeerbitstukje
Als je je paard wilt longeren kun je het bit in doen en dan is het handig om via het longeerbitstukje het bit te verbinden met de longeerlijn. Je kunt dan makkelijk de volte van links naar rechts veranderen en andersom.


Kinkettingbeschermer
Ter bescherming van je paard tegen de kinketting van bijvoorbeeld een stang en trens.


terug naar boven