Website vergroten/verkleinen: cltr-knop + scrollen


Weilandbeheer






Feiten op een rij

• verwijder paardenmest uit de wei of verspreid het regelmatig (slepen)
• start het grazen bij een lengte van tenminste 15 - 25 cm en verplaats je paarden bij een graslengte van 7,5 - 10 cm.
• probeer weiden te wisselen met maaien
• controleer regelmatig de omheining. In het voorjaar loop je langs de hele omheining ter controle.
• grasland regelmatig doorzaaien in april en eenmaal in de 10-15 jaar opnieuw inzaaien.
• gebruik graszaadmengsel dat geschikt is voor paarden
• bemesten is noodzakelijk om gras te houden en voor de smakelijkheid
• dierlijke mest is uitstekend voor paarden. Uitrijden in april en na het hooien
• kunstmest, speciaal voor paardenweide is een kunstmest waarbij stikstof langzaam vrijkomt
• strooi in het najaar kalk om pH-waarde op peil te houden
• verwijder giftige planten en ongewenst (on)kruid, vóór de bloei.
• maai ontstane "ruige plekken" (bossen)
• een schrale wei is niet gezond voor je paard

Slepen en rollen
Slepen kan het hele jaar door.
Bij het slepen van het weiland kan er gebruik worden gemaakt van een tractor met daarachter autobanden of kettingen met ijzeren punten. De autobanden of kettingen zorgen ervoor dat de mest verspreid wordt.
Sleep de weilanden in ieder geval als ze in de winter niet in gebruik zijn, zodat de mest gelijkmatig wordt verdeeld. Sleep niet bij warmer weer, want dan verspreid je de larven en eieren en vergroot je het wormprobleem.
In de lente kan slepen met ijzeren punten(verticuteren) helpen om jonge onkruiden te verwijderen en lucht in de grond te krijgen.
Door je weiland te rollen met een zware metalen of betonnen rol achter de tractor kun je graszoden gelijk maken en de gaten in het land wegwerken.

Doorzaaien
Om de diversiteit van je weiland te waarborgen moet je regelmatig gras en evt. kruidenmengsels doorzaaien. Doorzaaien betekent dat je zaait in de bestaande grasmat.
Afhankelijk van de toestand van de weide, ongeveer 30 kg graszaad per ha.
Het doorzaaien gebeurt het beste in april, nog voordat de bestaande grasmat gaat groeien. Het jonge gras wordt anders verstikt door het bestaande gras.
Een paardenweiland ontwikkelt een eenzijdigheid aan soorten omdat:
• paarden selectieve eters zijn
• (vooral beslagen) paarden veel schade toebrengen aan de grasmat
• Urine, molshopen en vorst- en droogteschade veroorzaken open plekken
• op kale plekken krijgen ongewenste soorten de kans om te groeien
• iedere grondsoort en streek zijn voorkeur aan planten heeft


jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
controle











zaaien











1x mesten











2x mesten











3xmesten























mollen vangen











maaien daarna grazen











hooien











kalk













terug naar boven

Gebruik van je weiland

Het beheren van een paardenweide is een zaak van veel aandacht en werk. Regelmatig zul je je beleid moeten aanpassen aan je paarden, het doel van je paardenbezit, de weersomstandigheden, beschikbare tijd en de conditie van de weilanden.
Veel mensen denken dat een schrale weide het beste is voor paarden, maar dit is niet het geval. Wanneer gras een tekort aan voedingsstoffen heeft zal gras ‘gestresst’ worden. Hierdoor groeien de grassen slecht en maken veel suikers aan. Een schrale weide met een hoog suikersuikergehalte (fructaan ) kan aandoeningen als hoefbevangenheid veroorzaken. Ook is de kans op onkruid in zeer schraal, kort gegraasd weiland erg groot.

Weiland kan dienen als:
• graasweide
• hooiweide
• combinatie van twee bovengenoemde
• paddock (verblijfplaats voor frisse lucht en beweging)

Graasweide
Het doel is dat je paard in zijn voedselbehoefte kan voorzien met gras.(gebruik wel een liksteen!). Omdat je paard snel te dik wordt van het gras zul je de opname moeten beperken door:
• verblijfsduur op de wei te verkorten
• strookbegrazing

Verblijfsduur verkorten
Je kunt je paarden een paar keer per dag uit het weiland halen en in de stal of de paddock zetten. Dit is vrij bewerkelijk en de paarden kunnen in de paddock zand gaan eten of in de stal stalondeugden ontwikkelen vanwege de verveling. Nadeel is ook dat het weiland verlies van opbrengst heeft doordat de paarden het gras vertrappen. Voordeel is dat ze de ruimte hebben om te rennen en spelen.

VOORDEEL NADEEL
• gecontroleerde grasopname
• weiland wordt niet kaal opgegeten
• veel (speel)ruimte
• minder bewerkelijk
• gras wordt platgetrapt
• verveling (in b.v. stal)


Strookbegrazing
De afzetting wordt dan aan één kant van de wei regelmatig naar behoefte opgeschoven. Het stukje weiland waar ze dan verblijven is in de praktijk vrij klein en wordt erg kort opgegeten zodat het groeipunt mede opgegeten wordt en het lang duurt voor het gras zich heeft hersteld.
Uit verveling kunnen de paarden gaten graven in het weiland, zeker als ze het even koud hebben, en of ze kunnen de wortels van eventueel aanwezig kweekgras opgraven en opeten.
Lees meer over gaten graven ....

VOORDEEL NADEEL
• gecontroleerde grasopname
• gras wordt niet platgetrapt
• bewerkelijk
• weiland wordt te kaal opgegeten
• weinig (speel)ruimte
• verveling
• wortels eten
• gaten graven

Regelmatig verweiden
Indien je veulens of fokmerries in de wei hebt staan mogen deze doorgaans onbeperkt gras eten. Je kunt het weiland dan ontlasten door het in vieren te delen en de paarden regelmatig te verweiden nadat het gras een hoogte heeft van ongeveer 5-10 cm. Het gras in het lege weiland krijgt dan de tijd om zich te herstellen. Het is handig om de paarden samen met ander vee te laten grazen omdat de paarden de ontstane "ruige plekken" (bossen) opeten die het andere vee heeft laten staan omdat ze daar gemest hebben en andersom.
wil je de grasopname van je paarden beperken kun je ze na het andere vee inscharen.

VOORDEEL NADEEL
• weinig werk
• veel (speel)ruimte
• altijd eten aanwezig
• weiland wordt niet kaal opgegeten
• gras wordt platgetrapt
• ongecontroleerde grasopname

Verweiden en maaien
De meest ideale combinatie voor het weiland.
Je kunt het weiland maaien als het gras te lang wordt (vooral de ruige plekken) zodat onderbeweiden wordt voorkomen. Paarden eten zeer selectief het lekkerste gras. Zodoende blijft het minder lekkere gras staan, wat kan gaan bloeien en uitzaaien, zodat je uiteindelijk het minder lekker gras toeneemt. Mede daarom is het belangrijk om het langere gras te maaien.
Je verweidt je paarden na ongeveer twee weken, sleept de wei als je de mest niet verwijdert hebt en maai het gras.
Sommige paarden zul je echter beperkt op het gras kunnen laten weiden omdat ze anders te dik worden.

Hooien
Zie: hooien

Weiland als paddock
Je kunt je paard niet lang op een kleine wei plaatsen omdat hij het weiland tot blubber zal vertrappen. Je kan een klein weiland wel gebruiken om een op stal verblijvend paard even een uurtje buiten te zetten.

Ruige plekken
Dit zijn plekken gras die de paarden niet eten omdat ze daar gemest hebben.
Wat ertegen te doen:
• iedere dag mest verwijderen (tevens goed voor de wormbestrijding)
• laat je de mest liggen dan moet je regelmatig je weiland slepen en de ruige plekken afmaaien
• de ruige plekken afmaaien
• het land hooien
Zie: Een "ziek" weiland

Overbeweiden
Een schrale wei zorgt voor "gestresst" gras. Het is bekend dat fructaan wordt opgeslagen in grasstoppels en vermeerderd aanwezig is in "gestresst" gras. Zeer kort afgegraasde weitjes kunnen daardoor extra gevaarlijk zijn voor de ontwikkeling van hoefbevangenheid.
Indien je je weiland te kort laat afeten krijgen de ongewenste grassen en onkruiden de kans om om het gras te verdringen. Ook als je weiland vertrapt is, krijgen onkruiden de kans. Regelmatig doorzaaien
in voor- of najaar brengt de nuttige grassen weer terug.

Onderbeweiden
Paarden zijn kieskeurig en eten het lekkerste gras het eerste op. Het minder lekkere gras krijgt de kans om te bloeien en zaait zicht uit zodat het weiland een eenzijdig minder gewenst grassoort ontwikkelt. Maai teveel gras daarom af en voorkom de bloei.


terug naar boven

Bemesten van je weiland

Gras kan alleen goed groeien als er voldoende voedingsstoffen beschikbaar zijn voor opname door de plantenwortels. Het grasland bemesten is nodig om het aantal voedingsstoffen in het gras te verhogen. Het doel van grasland bemesten is:
• de grasproductie te verhogen
• zorgen dat het geproduceerde gras smakelijk en van een goede samenstelling is

De optimale bemesting is afhankelijk van het graslandgebruik. Bij uitsluitend begrazen worden er weinig voedingsstoffen afgevoerd en mag de bemesting van het grasland veel geringer zijn dan bij maaien. Een ruime bemesting is nodig indien in het voorjaar het perceel eerst een keer wordt gehooid. Hoe vaak er bemest wordt is een eigen keuze, wanneer je één keer bemest dan kan dit het beste in april/mei gebeuren. Wanneer een grasland twee keer bemest wordt kan de tweede keer het beste in augustus plaats vinden. De eerste keer bemest je meer (omdat de grasgroei in het voorjaar hoger is) dan de tweede keer.

Wanneer bemesten
• Kunstmest:
Als de temperatuursom tussen de 180 en 280 graden ligt. (vanaf ongeveer half februari)
Het liefst voor een, niet al te heftige, bui zodat het meteen de grond in trekt.
De volle zon op een net verweekte korrel is slecht voor de wei omdat het gras dan verbrandt.
• Natuurlijke mest:
Vanaf 1 februari tot 1 september
Het liefst voor een, niet al te heftige, bui zodat het meteen de grond in trekt.
Bemest niet in de volle zon want dan verbrandt je gras.
• kalk:
In het najaar voor een, niet al te heftige, regenbui
Hoeveelheid is afhankelijk van pH-waarde van de wei

Temperatuursom
De temperatuursom is de optelling van de maximumtemperatuur van iedere dag dat het niet gevroren heeft, tellend vanaf 1 januari. Eind januari kom je dan meestal op ongeveer 100 graden Celsius uit, en zo half februari begin je in de buurt van de 180 graden te komen. Vanaf dat moment heeft het zin kunstmest te strooien voor onderhoud van weilanden, omdat de bodem dan enigszins opgewarmd is. Als de temperatuursom hoger dan 280 graden is geworden, ben je aan de late kant voor een eerste kunstmestgift, en mis je in theorie al een stukje groeiseizoen.

Weiden na de bemesting
In principe mag een paard direct op de wei na het bemesten met natuurlijke mest. Voor het gras is het echter beter als het de kans krijgt om te gaan groeien.
Na het bemesten met kunstmest moet je minstens een week tot veertien dagen de paarden niet op de wei zetten. De korrel van de kunstmest moet opgnomen zijn in de grond en er mogen geen sporen meer te zien zijn.


Dierlijke mest
Dierlijke mest heeft een uitstekende bemestende waarde. Het voordeel van dierlijke mest is dat de meststoffen uit de mest verspreid over het weideseizoen vrijkomen. Juist omdat dit zo langzaam gaat, heeft de weide er het hele seizoen profijt van. Vaste stalmest heeft verreweg de voorkeur boven kunstmest of drijfmest. Bij drijfmest heeft koemest de voorkeur boven varkensmest, dat teveel voedingsstoffen bevat.
Drijfmest heeft een te hoog kaliumgehalte. Een te hoog gehalte van kalium in de bodem maakt het moeilijk voor het gras om magnesium en andere voor paarden belangrijke sporenelementen op te nemen. Houd er rekening mee dat met drijfmest ook onkruiden en ongewenste grassoorten meekomen. Voor een paardenweide is 10m3 drijfmest per hectare voldoende vanwege het hoge kaliumgehalte.
Vaste mest (ook paardenmest) vormt uitstekende compost indien deze minstens een jaar heeft gelegen voor hij wordt uitgereden. De in de mest aanwezige wormeieren zullen bovendien door dit composteren gedood worden. Vermenging met stro of hooiresten zal het composteringsproces nog verbeteren. Houtkrullen daarentegen blijken de compostering juist te bemoeilijken. Je zult dus twee mesthopen moeten hebben om de één te laten composteren en de volgende op te bouwen.

Hoeveelheid mest
drijfmest: 10-15 m3 per ha.

Hooiland
In het voorjaar dierlijke mest en/of kunstmest om het gras snel te laten groeien. Na het hooien opnieuw bemesten (minder dan de eerste keer) om de groei voor een "tweede snee" te stimuleren. Hooi van de "eerste snee" is niet zo geschikt voor paarden omdat er vanwege de snelle groei teveel fructaan in het hooi zit.
Je kunt ook beslissen om niet een tweede keer te hooien maar je paarden te laten weiden.
30 m3 per ha
plus kunstmest ca. 150-200 kg/ha


Kunstmest
Er zijn speciale kunstmestsoorten voor paardenweiden te koop. Hierbij komt de stikstof heel langzaam vrij: in 2-3 maanden, deze vorm van stikstof heet ENTEC-stikstof. Stikstof in normale kunstmest komt na het strooien al binnen een paar dagen vrij. Gevolg: een enorme groeispurt, van vooral Engels raaigras, en daardoor relatief hoge eiwitgehaltes in het gras, wat niet goed voor paarden is. Bij intensief gebruik van het weiland is het handig om kunstmest te strooien nadat je je paarden verweid hebt om de groei van het gras weer te bevorderen.

Strooiadvies kunstmest
Kunstmest voor paardenweide met ENTEC
Met drijfmest: 200-250 kg / ha (per jaar)
Onbemest: 250-350 kg / ha (per jaar)
Kunstmest NPK 15+15+15
Geschikt voor grasland voor runderen, schapen en paardenweide.
Samenstelling:
Stikstof (N) 15%
Fosfor (P) 15%
Kali (K) 15%
Met drijfmest: ca. 150-200 kg/ha (per jaar)
Onbemest: ca. 200-300 kg/ha (per jaar)
ca. 100-200 kg/ha per keer, een paar keer per jaar herhalen.


Kalk
In het najaar wordt er kalk gestrooid om te voorkomen dat de pH-waarden van de wei te laag worden waardoor de grond te zuur wordt. In te zure grond wil het gras minder goed groeien. De pH van de bodem (voor een goede paardenweide) zou ongeveer 5,2 – 5,5 moeten zijn. Over het algemeen zijn paardenweides te zuur.
Strooien bij voorkeur in het najaar en eventueel voorjaar.
Meng nooit kalk met andere meststof.

Strooiadvies kalk (richtlijn)
"herstelbekalking" 1x per jaar, 1200 kg/ha
"onderhoudsbekalking" 1x per twee jaar, 1200 kg/ha


Voedingsstoffen in kunstmest:
In de kunstmest zit niet alleen stikstof voor de groei maar ook andere bemestingsstoffen:
• Fosfaat
Fosfaat is erg belangrijk voor de jeugdgroei van de wortels, waardoor de jonge grasplantjes meer voedingsstoffen uit de bodem kunnen halen.
Onkruiden en slechtere grassoorten worden door een goede fosfaattoestand teruggedrongen
• Kalium
Kalium bevordert de productie van koolhydraten in het gras.
Hierdoor krijgt het gras energie en bevordert het de grasgroei.
Kalium is belangrijk voor de stevigheid van het gras
• Magnesium
Magnesium is een belangrijke bouwsteen voor het bladgroen.
De magnesium-behoefte van paarden is ook vrij groot.
Vandaar dat het belangrijk is dat gras voldoende Magnesium bevat.
• Calcium
In de bemesting wordt over kalk gesproken.
Belangrijkste doel van kalk is pH verhoging.
Om te weten hoeveel kalk er gestrooid moet worden is het belangrijk te weten wat de pH waarde is van de bodem (bodemonbderzoek).
De pH van de bodem (voor een goede paardenweide) zou ongeveer 5,2 – 5,5 moeten zijn. Over het algemeen zijn paardenweides te zuur.
• Natrium
Natrium is belangrijk voor de smakelijkheid van het gras.
Het bevordert niet de grasgroei, maar maakt het gras extra smakelijk voor de paarden.


terug naar boven

Beheersing van (on)kruiden

Wanneer je weilandbeheer optimaal is, zul je weinig last hebben van ongewenste plantensoorten. Wanneer om wat voor een reden dan ook het evenwicht verstoord raakt zal een bepaald soort zich explosief gaan vermeerderen en vormt zodoende een plaag in je weiland. Dit moet je zien te voorkomen.
Sommige onkruiden zijn giftig en moeten zeker verwijderd worden. De paarden laten de giftige planten weliswaar staan maar daardoor krijgen ze juist de kans om te gaan bloeien en zich uit te breiden.
Niet gewenste onkruiden vormen een probleem wanneer:
• ze in grote aantallen voorkomen en zo de productie of voederwaarde van het gras sterk gaan drukken
• ze niet gegeten worden door paarden (netels, distels, ridderzuring) waardoor ze zich uitbreiden
• ze giftig zijn (o.a. scherpe boterbloem, paardestaart, herfsttijloos, zwarte nachtschade).

Hoe voorkom je een plaag?
Een goed verzorgde dichte grasmat verstikt veel onkruid. Voorkom kale plekken en maai regelmatig om een dichte grasmat te krijgen.
Uitbreiding van ongewenste planten kun je soms voorkomen door ze voor de bloei te maaien. Wanneer ze zich echter uitbreiden via een wortelstok heeft dit weinig zin.
Vele planten houden van zure en arme grond. Bemesten en kalk strooien geeft het onkruid minder kans.

Je kunt voor chemische bestrijding kiezen, waarbij je wel moet beseffen dat dit belastend is voor het milieu.
Indien noodzakelijk kun je laten sproeien of wanneer je weiland erg klein is, kun je zelf met een gifspuit selectief het onkruid besproeien.
Voor de meeste onkruiden is een bespuiting in het voorjaar kort voor de bloei een goed tijdstip. In de zomer en nazomer is een bestrijding ook mogelijk, mits de planten voldoende blad hebben om het middel op te kunnen nemen. Zie op het etiket van de middelen. Ga sproeien met bewolkt weer en windstil.
Spuit niet op bloeiende planten in verband met de beien en andere bloembezoekers.

De meest gebruikte middelen zijn:
Luxan MCPP
Luxan MCPA.
Deze middelen zijn niet meer te verkrijgen bij Boerenbond/Welkoop zonder spuitlicentie.
• je kunt vragen aan een bevriende boer in de omgeving of hij een beetje aan je wil verkopen
• je kunt je weiland laten spuiten door een loonwerker.
• je kunt het misschien nog bestellen in Duitsland o.a. bij Heinrichs Agrar onder de namen MCPA en Duplosan KV (Mecoprop P = MCPP) bij Plantzenschutz/Profbereich.
MCPA en MCPP kunnen gemengd worden gebruikt.

Een week (MCPA) tot een maand(MCPP) na een bespuiting met groeistof mag het perceel niet worden beweid of gemaaid.


Info over giftige planten: Klik hier!
Info over (on)kruiden in de wei: Klik hier!


terug naar boven

Molshopen



Mollen dienen zo snel mogelijk bestreden te worden:
• zij kunnen in jong grasland schade aanrichten zoals bodemverzakkingen
• de molshopen verstikken het bedolven gras, met kale plekken tot gevolg
• zijn zijn nadelig voor de oogst, de oogstmachine schept het zand mee waardoor er zand in het hooi komt

Maatregelen
• verspreid de grond van de molshopen.
• trap de gangen dicht in verband met struikelen van je paard
• verjagen
Er zijn allerlei middelen om de mollen te verjagen, maar dan verjaag je ze naar de buren of naar een andere wei.
• mollenklem plaatsen

Mollenklem plaatsen
Zet de mollenklem in een rechte tunnel die een paar cm diep in de grond ligt. Dit zijn de verbindingstunnels die de mol vaker gebruikt. De slingerende tunnels hebben ze gebruikt om te eten en het wil niet zeggen dat de mol daar terugkeert.
Plaats de klem zoals op de video te zien is.


terug naar boven

<>tr>
Gaten graven

Paarden kunnen soms enorme kuilen of gaten graven en gaan er meestal met de voorbenen in staan. Wanneer je het gat dichtgooit, gaan ze opnieuw graven op dezelfde plaats. Zij scheppen de grond weg met de hoef van een voorbeen en likken veelal aan de grond. Het komt het meest voor in een kaal weiland of in de paddock van zand. Waarom zij dat doen is niet echt bekend.


Mogelijke redenen:
• verveling
• wortel van gras (vooral kweekgras) eten
• kou, vooral regen en wind
• gebrek aan bepaalde voedingsstoffen, vooral mineralen
• frustratie
• maagproblemen
• hongergevoel

Wat kun je doen?
• een likblok met mineralen
• Het gat dichtgooien helpt weinig want het paard gaat op dezelfde plaats weer graven.
• Het gat dichtgooien met mest en dan grond erover.
• Het gebied afzetten met schriklint is een optie, vooral als het paard wortels eet.
• De kunst is om te voorkomen dat het een gewoonte wordt, o.a. door veel afwisseling te brengen in zijn dagritme, de gegraven kuilen direct afzetten en dichtgooien, verweiden, hooi ter beschikking stellen enz.

Oppassen
Als je paard teveel grond of zand binnen krijgt, kan hij zandkoliek krijgen.


terug naar boven

Een "ziek" weiland

De patronen van het mesten lijken te worden beïnvloed door het geslacht van het paard.
Hengsten benaderen de mestballen, ruiiken eraan, draaien zich om en mesten er bovenop. Zodoende ontstaat een grote hoop mest.
Merries naderen ook de mestballen, ruiken eraan maar zij mesten zonder zich om te draaien met als gevolg dat de gebieden met mest groter worden.
Ruinen hebben geen specefieke plaats om te mesten en mesten tijdens het grazen. Hun mest lijkt het meest voor te komen in gebieden rond de watervoorziening en de rustplaatsen.


Mest, en in mindere mate urine, beïnlvoeden de samenstelling van het gras op twee manieren:
• directe toename van grasgroei
• het weigeren van de paarden om het gras in de buurt van mest te eten
Het gras in de buurt van de mest groeit daarom snel waardoor de "ruige plekken" (bossen) in de wei ontstaan die door paarden gemeden worden. Dergelijke weilanden ontwikkelen ondergbegraasde gedeelten van hoog gras en overbegraasde gedeelten van veel te kort gras. De produktiviteit van het weiland neemt af en het weiland wordt "ziek"


Voorkomen "ziek" weiland
• mestballen dagelijks verwijderen
• mestballen (niet bij warm weer) verspreiden (slepen)
• het weiland slepen zodat de mest verspreid wordt en het weiland vlak gemaakt wordt. Het beste na het verweiden.
• regelmatig verweiden (2 weken grazen en 6 weken rust voor je weiland)
• maaien van "ruige plekken" (bossen)
• gemengd vee laten grazen, b.v. met schapen of koeien
• hooien
Het management van je weiland zal vaak uit een combinatie van deze handelingen bestaan.


terug naar boven

Bestaand weiland verbeteren

• maai het weiland
• sleep een eg over het weiland om het vlak te krijgen en de grasmat open te trekken voor zuurstof. Doe dit met licht vochtig weer als de bodem zacht is. (maar niet zo zacht dat de apparatuur schade aanbrengt aan de zode)
• laat een bodemonderzoek doen
• bemest het weiland naar behoefte en strooi eventueel kalk
• het weiland "doorzaaien" in april (ongeveer 30 kg graszaad per ha)
• bestrijd ongewenste onkruiden en giftige planten
• maai het weiland een paar keer om het jonge gras een zode te laten vormen.

De bemesting geschiedt het beste door te laten injecteren zodat de grasmat tevens zuurstof krijgt.
Zie: Bemesten

Doorzaaien
Afhankelijk van de toestand van de weide, ongeveer 30 kg graszaad per ha.
Doorzaaien betekent dat je gras zaait in de bestaande grasmat. Urine, molshopen en vorst- en droogteschade veroorzaken open plekken in de wei. Het doorzaaien voorkomt dat onkruid de kans krijgt om op kale plekken te groeien en je voegt gassoorten toe zodat de veelzijdigheid wordt bevorderd. Het doorzaaien gebeurt het beste in april, nog voordat de bestaande grasmat gaat groeien. Het jonge gras wordt anders verstikt door het bestaande gras.

Zie: Grassoorten


terug naar boven

Aanleg nieuwe weide

1. Als er veel onkruiden en giftige planten voorkomen in het perceel zul je de vegetatie moeten doodspuiten
2. Diep omploegen of omwoelen.
3. Bemesten. Eventueel een bodemonderzoek laten doen om correctiebemesting toe te passen.
4. Vlak maken (frezen) met een losse bovenlaag van 1 a 2 cm.
5. Inzaaien in maart/april of augustus/september, ca. 45 - 60 kg graszaadmengsel per ha.
6. rollen
7. Maaien (niet te lang laten worden)
8. Omheinen

Een pas ingezaaide wei heeft een erg losse ondergrond en de paarden zullen het gras er met wortel en al uittrekken waardoor ze zandkoliek kunnen krijgen en het weiland beschadigd raakt.
Daarom is het beter om het niet zo lange gras een paar keer te maaien zodat het gras kan uitstoelen en zodoende een mooie sterke zode kan vormen.

Schuilstal en schaduw
Een schuilstal is aan te bevelen voor:
• beschutting tegen wind
• beschutting tegen regen
• beschutting tegen zon
• schuilplaats tegen de vliegen
Een schuilstal kan het best bestaan uit een open constructie waar je paard beschutting kan vinden tegen de wind met een dak erop voor de schaduw. Er zijn verplaatsbaree schuilstallen op de markt. Een dichte stal, met enkel een toegangsdeur, wordt niet veel benut door de paarden. Indien er geen schuilstal is, zijn enkele bomen om de wei noodzakelijk voor schaduw.

Nadeel van een schuilstal:
• het weiland voor de ingang wordt in regenperiodes erg modderigbr> • bij meerdere paarden laat het dominante paard de anderen vaak niet toe in de schuilstal
• paarden kunnen gaan bijten aan een houten schuilstal
• de schuilstal vraagt veel onderhoud, vooral de bodem

Bomen:
In of om de wei enkele bomen zijn erg prettig voor de schaduw. Paarden willen graag de shaduw opzoeken als ze last hebben van vliegen. Let erop dat je niet giftige bomen plaatst en dat ze niet te dicht bij de wei staan zodat de paarden eraan kunnen gaan eten.
Bomen in de wei moeten beschermd worden tegen het aanvreten van de bast. Breng daarvoor fijnmazig gaas om de boom. Niet te strak zodat de stam nog in de breedte groeien kan.
Nadeel van bomen is dat er veel blad in de wei terecht kan komen waardoor de bodem kan verzuren.

Bron:
www.gut-heinrichshof.de

Paddockparadijs
Overweeg ook eens een ander vorm van weilandindeling. In deze vorm wordt er een strook (track) om het weiland afgezet waarop zich op verschillende plaatsen verschillende elementen bevinden. In het midden is de wei om te grazen die beperkt wordt geopend of wordt gebruikt met strookbegrazing. Als je het water in de ene hoek op de track plaatst en de voergift van bijvoorbeeld granen in de andere hoek zal het paard veel moeten lopen wat zeer bevordelijk is voor zijn gezondheid. Op de track kun je verschillende elementen plaatsen zoals een stukje zand om te rollen, takken om te knabbelen, een grindstrook en modderplaats voor het onderhouden van de hoeven, een hindernisje enz.
Zie:
http://paddockparadijs.blogspot.nl


terug naar boven

Omheining

Een omheining voor een paardenweiland:
• is 1.35 hoog en voor springpaarden 1.80 hoog.
• materiaal mag niet scherp zijn
• is goed zichtbaar
• moet in landschap passen

Mogelijkheden:
• hout
• stroom
• draad
• heggen
• sloot

Weilandpalen

Weilandpalen:
• hout
   - rond
   - vierkant
• kunststof (gerecycled)
   - hol (ongeschikt)
   - kruisje
   - rond
   - vierkant

Houten afrasteringspalen
• vierkant of rond
• ideale maat 10x10 cm of 10 cm diameter met een punt
• voorbehandeld om snel wegrotten tegen te gaan
• minstens 1.35 m. (springpaarden 1.80 m) boven de grond en, afhankelijk van de grondsoort, 60 tot 90 cm in de grond (1/3 in, en 2/3 boven de grond)
• bovenkant schuin afzagen voor de afwatering. Geen blikje of i.d. op de top van de paal om verwonding van je paard te voorkomen.

Kunststof afrasteringspalen
• vierkant, rond of stervormig met een punt
• is gerecycled materiaal
• is zwart
• minstens 1.35 m. (springpaarden 1.80 m) boven de grond en, afhankelijk van de grondsoort, 60 tot 70 cm in de grond. (1/3 in, en 2/3 boven de grond)

HOUT KUNSTSTOF ROND VIERKANT
• goedkoper
• milieuvriendelijk
• rot na 8 - 10 jaar
• duur
• lange levensduur
• schroeven zitten steviger
• schrikdraad altijd vrij
• goedkoper dan vierkant
• planken beter vastzetten
• scheiding twee planken
beter vast te zetten
• makkelijk monteren onderdelen

Hoekpalen
Op de hoeken van het weiland zet je dikke palen dieper in de grond om het draad goed te kunnen spannen. op een grote lengte moeten tussendoor ook dikkere palen gezet worden voor dezelfde reden.

Plaatsing palen
• plaats de dikke hoekpalen en de nodige brede palen op een lang stuk. Je maakt een gat met een smalle spa. Maak het gat niet te breed anders trek je de paal scheef als je er spanning opzet. Druk de aarde aan met de steel van de hamer.
• span een touw om recht te blijven.
• maak een "mal" van een plankje waarmee je de hoogte bepaalt en de afstand van de omheiningplanken of de isolatoren. Zo staat iedere paal even hoog boven de grond en alle isolatoren op dezelfde hoogte.
• maak een gat met een grondboor. Zet een streepje op de grondboor om te weten hoe diep je moet.
• sla de palen de grond in met een houten hamer. Bij gebruik van een ijzeren hamer zet je een blikje over de kop van de paal om te voorkomen dat je de kop van het paaltje kapot slaat.

Houten omheining
Bron:
www.chebelle.nl
Bron:
www.landlevenstore.nl

Bron:
www.landlevenstore.nl

Houten omheining
Een houten omheining vraagt veel onderhoud. Tevens is het gevoelig voor het aanvreten van paarden als ze zich gaan vervelen. Dit kan voorkomen worden door schrikdraad op de juiste plaats te bevestigen of het hout regelmatig te behandelen.
Een hekwerk is gemaakt van rondhout, halfrondhout of planken.
Het beste gebruik je drie planken (of rondhout of halfrondhout). De onderste moet voldoende ver van de grond bevestigd worden om te voorkomen dat paarden met de benen vast kunnen komen te zitten. De bovenste plank of paal is ongeveer 5 cm van de bovenkant van het weilandpaaltje.
Het hout wordt aan de weilandpalen bevestigd of door een gat of sleuf in de paal geleid.
Het schrikdraad moet op voldoende afstand van het hout blijven (ook als het flink waait) om te voorkomen dat de stroom weglekt via het eventueel natte hout.

Hout bijten paarden
Dit komt hoofdzakelijk voor als paarden zich gaan vervelen of wanneer het weiland erg klein is. Paarden die de neiging hebben om te gaan kribbebijten of luchtzuigen zullen ook snel de omheining gaan gebruiken. Er zijn middelen die je op het hout kunt smeren om dit te voorkomen maar dat is erg bewerkelijk en helpt maar tijdelijk. Een schrikdraadje, ongeveer 10 cm. boven het hout voorkomt deze problemen.
Ook bovenop de weidepalen voorkomt een gespannen schriklint het bijten en het schuren.

VOORDEEL NADEEL
• paardvriendelijk
• goed zichtbaar
• duur
• veel onderhoud
• breken
• bijten

Schriklint en -draad als omheining

Dit geeft het paard een onaangenaam stroomstootje als het paard het draad/lint aanraakt. Het paard heeft een goed geheugen en zal slechts nog per ongeluk het draad of lint een keer raken.
De schrikdraadapparaten die de stroomstoot leveren kunnen worden aangesloten op het lichtnet of krijgen hun stroom van zonnecollectoren, accu's of combinaties van deze mogelijkheden.

Feiten op een rijtje
• zorg voor de juiste schrikdraadklok (bepaal veesoort en lengte van je afrastering)
• plaats de aardpen(nen) op de juiste plaats. Het liefst tot in het grondwater.
• schriklint of -draad mag nergens tegenaan komen om het weglekken van stroom te vorkomen
• gebruik geen schrikdraad van 2-4 mm tussen of om de weilanden
• gebruik de juiste isolatoren
• controleer je afrastering regelmatig

VOORDEEL NADEEL
• paardvriendelijk
• goed zichtbaar
• weinig onderhoud
• duur

Bron:
www.vandereep-
omheiningen.nl


Bron:
www.pasture4horses.com


strookbegrazing

Schriklint
Het brede lint van 4 cm wordt gebruikt om de weilanden.
2 cm lint wordt gebruikt voor tijdelijke verdeling van het weiland, strookbegrazing of bescherming van bomen.
Draad (2-4 mm) wordt gebruikt ter bescherming van hout of bomen. (is slecht zichtbaar)
Koord (6 mm) wordt gebruikt om hout te beschermen.

Lint als Omheining
Gerbuik bruin of groen schriklint van 4 cm breed. Het witte lint vervuilt het landschap en wordt in de loop der tijd erg vies.
Gebruik het lint met de origninele isolatoren. Deze klemmen bij iedere paal het lint vast wat bij goedkopere vervangers meestal niet goed gebeurt zodat het lint door de wind (het lint vangt veel wind!) gaat schuren en snel kapot is.
Voorkom dat schriklint verbinding maakt met hoog gras, bomen, takken, natte palen of andere voorwerpen. De stroom lekt dan weg en vermindert in sterkte of het werkt helemaal niet meer.
Zie voor bevestiging, werking en producten de diverse leveranciers van schriklint.

Schrikdraad
Gebruik het dunne schrikdraad (2-4 mm) niet om weilanden te verdelen. Het draad is slecht zichtbaar en als paarden er doorheen breken kan het gemene snijwonden opleveren. Het draad kun je gebruiken ter bescherming van bomen of bijvoorbeeld je dazenvanger.

Strookbegrazing
Het smalle schriklint van 2 cm met "stekpaaltjes" is prima geschikt voor strookbegrazing. De afzetting wordt regelmatig naar behoefte opgeschoven. Koord is te sterk in verband met het doorbreken van een paard.
Zie: Strookbegrazing

Controle afrastering
Je kunt controleren of er voldoende spanning op de afrastering staat met speciale testers. Een snelle controle doe je door je poortgreep op een kleine afstand te houden van het oog zodat het gaat "tikken".

Glad ijzerdraad als omheining
Bron:
www.bokt.nl
Bron:
www.bokt.nl

Glad (ijzer)draad
Glad draad moet door isolatoren aangebracht worden en dan kan er stroom op gezet worden. Doordat het draad oprolt als het breekt (of helemaal niet breekt) is het niet erg paardvriendelijk. Gebruik relatief korte stukken, en dan met losse stukken draad aan elkaar doorlussen, om te voorkomen dat een volle lengte draad in de wei rolt als het breekt. Dit schijnt afdoende te werken om voorgaande problemen te voorkomen. Je kunt een schriklint bovenaan bevestigen voor de zichtbaarheid.
Trek het draad strak met speciale draadspanners. Het meest geschikt is een afrastering van draad voor een heg, muur of bijvoorbeeld schutting.

VOORDEEL NADEEL
• goedkoop
• geleid het beste stroom
• lang houdbaar
• lastig monteren
• slecht zichtbaar
• slecht breekbaar
• kans verwondingen door
"opkrullen" bij breuk
indien het draad te lang is

Heg als omheining
Bron:
pasture4horses.com
Bron:
hobokensepolder.be
Bron:
www.hei-heg-
hoogeind.dse.nl


Heggen
Een heg als afrastering is het meest natuurlijk mede omdat het een schuilplaats biedt voor vele vogels. Het vraagt echter veel snoeiwerk en schade is moeilijk te herstellen. Je zult een schrikdaadje voor de heg moeten zetten om aanvreten door de paarden te voorkomen.

Vlechtheg
Op een speciale manier worden de takken van een heg door elkaar gevlochten. Er worden cursussen gegeven om dit te leren.

VOORDEEL NADEEL
• natuurlijke afrastering
• goed zichtbaar
• geen verwondingen
• uit de wind liggen
• beetje schaduw
• veel onderhoud
• schade moeilijk
te herstellen

Sloot als afscheiding

Sloot of greppel
Een sloot is een naturlrijke, goed zichtbare afscheiding. Vooral met een aangrenzend weiland met paarden is het een prima afscheiding.
De sloot moet wel afgezet worden met schriklint om te voorkomen dat het paard er van drinkt of erin terecht kan komen.
De sloot moet jaarlijks gemaaid en uitgediept worden en giftige planten moeten verwijderd worden.

VOORDEEL NADEEL
• natuurlijk
• zichtbaar
• goede afscheiding met buren
• afwatering
• paard kan erin
terecht komen
• drinken kan
schadelijk zijn
• schadelijk onkruiden
• onderhoud


terug naar boven

Poorten en hekken


Bron:
www.fsandela.nl

Je paard in de wei zetten of eruit halen is meestal een lastig moment. Een zo veilig mogelijke constructie is dus heel belangrijk.
Je kunt een poort afzetten met enkele rijen schriklint maar handiger is het om een draaibaar hek te maken met een schriklint erboven. De poortgreep met een uittrekbare veer is minder geschikt omdat de staart van een paard er makkelijk in verward raakt.
Een hek moet vrij zijn van scherpe onderdelen en niet uitnodigen om er doorheen gras buiten de wei op te eten.
Een ijzeren hek is beter dan hout omdat de paarden aan het hout kunnen gaan bijten.

Een trekker met apparatuur moet je weiland op kunnen komen. Daarvoor moet je een breed hek plaatsen of een gedeelte van je schriklint of houten constructie makkelijk los kunnen maken.


terug naar boven

Watervoorziening - drinkwater en sproeien

Drinkwater
Als je automatische drinkbakken wenst in je weiland, moet je waterleiding in laten graven. Dit is meestal een tyleenslang die minstens 60cm diep moet liggen om vorstschade te voorkomen. Als je toch van plan bent om een gleuf te laten maken voor de aanleg is het handig om twee tyleenslangen erin te leggen. De tweede kan dienen om verschillende koppelpunten aan te leggen voor een sproeiinstallatie vanuit een nortonput (bron). Stroom mag niet toegevoegd worden, want stroom en water verdragen elkaar niet.
Andere mogelijkheden om je paard van water te voorzien: Zie hier!


Sproeien
Water op je weiland sproeien doe je vanuit een sloot, een poel of een nortonput. Wees er zeker van dat het water gezond is. In een niet al te grote wei is het handig om tyleenslang in te graven en op een aantal plaatsen een kraantje te monteren met een aansluiting. Je hoeft dan niet met zo veel slangen te slepen voor het sproeien. Sproei alleen water op je weiland als het nodig is anders wordt de grasmat erg zwak. Het gras gaat dan zeer ondiep wortelen.
Met erg warm weer of met veel vliegen vinden paarden het fijn om op de plaats te gaan staan waar het water van de sproeier door de wind verstuift. Het is lekker koel en het verjaagt de vliegen. Sommige paarden vinden het zelfs prettig om af en toe een douche te nemen.
Breng de aansluitpunten direct naast de waterklep aan. Je kunt met warm weer en harde grond water in het weiland laten laten lopen om de waterklep heen zodat er modder ontstaat. Dat is bijzonder goed voor de hoeven in een droge periode. Voor dit doel kun je echter ook even een steen in de waterklep leggen zodat hij overloopt.

Je kunt sproeien:
• in een droge periode
• om mest op te laten nemen door het gras en verbranden in de zon te voorkomen
• ter verfrissing van de paarden


Nortonput
Een nortonput is een buis die diep in de grond wordt "gespoten" tot in het grondwater. De diepte van het grondwater is per plaats verschillend. Het water wordt opgepompt en door een slang gestuwd. Je kunt het water gebruiken om te sproeien in droge perioden en/of als drinkwater. Laat de nortonput slaan (door een loonwerker) op een centrale plek om het aantal meters te stuwen water (en het aantal meters slangen) zo veel mogelijk te beperken. Je pomp heeft echter wel electra nodig. Indien je het water wenst te gebruiken als drinkwater moet je het laten onderzoeken.
De aan te schaffen pomp moet in staat zijn om het water vanuit de nodige diepte (maximaal ongeveer 10 m.) aan te zuigen of je hebt een perspomp nodig. Een perspomp heeft een bredere buis nodig.
De slang die met een filter en terugslagklep in de nortonput wordt gehangen, kun je het beste met een erxtra touw aan de pomp vastbinden om ten alle tijde te voorkomen dat hij met het loslaten of -maken van de koppeling in de put valt.
Als de waterpomp de eerste keer (Of na een periode van stilstand) moet gaan werken, moet je de aanzuigslang en pomp vullen met water. Je creëert dan een op te zuigen waterkolom want een pomp kan geen lucht zuigen.

Een nortonput bestaat uit:
• een paar brede buizen in de grond met, in de diepste paar meters gaten om het water toe te laten
• om de gaten een speciaal daarvoor gemaakt "kousje" om verstopping te voorkomen
• een zelfaanzuigende centrifugaalpomp met voldoende kracht voor het gewenste doel
• een slang met een filter met terugslagklep om het water op te pompen

Om te sproeien heb je nodig:
• een pomp
• sproeiers
Het aantal en grote is afhankelijk van de afstand en de perskracht van pomp.
• sproeistandaards
• slangen (ggen tuinslang) en koppelingen


terug naar boven

Meest geschikte grassoorten

Paarden zijn van nature sobere dieren en ruwvoer vormt de basis van hun gezondheid. De weelderige, eenzijdige weides die gebruikt worden om rundvee in te weiden, zijn niet geschikt voor beweiding door paarden. Een paard heeft behoefte aan veel meer structuur en veel minder eiwit en fructaan (simpel gezegd de suikers in het gras) dan rundveeweides doorgaans bieden.
De darmflora kan bij een overdosis aan fructanen overbelast raken. Deze overbelasting is de primaire veroorzaker van hoefbevangenheid (en dus niet eiwit, zoals nog steeds vaak gedacht wordt). Daarom worden in een goed graszaadmengsel voor de paardenweide grassen geselecteerd die laag zijn in fructaanwaarde.

Weidegrassen in een paardenweide moeten in het ideale geval voldoen aan de volgende voorwaarden:
• laag eiwitgehalte
• laag fructaangehalte
• laaggelegen groeipunt (paard eet gras kort af)
• hoge structuurwaarde
• dichte zode vormend
• snel herstellend
• grassoorten met verschillende doorschietdata

Er bestaan verschillende graszaadmengsels die speciaal geschikt zijn voor de paardenweide. Er zijn zelfs speciale kruidenzaadmengsels voor de paardenweide in de handel. Echter het opkomen en in stand blijven van deze kruiden is zo afhankelijk van bodemomstandigheden en ligging van de weide dat de speciale kruiden vaak binnen een jaar alweer plaats hebben gemaakt voor de ‘streekgebonden’ (on)kruiden.
De meeste graszaadmengsels die geschikt zijn voor de paardenweide bevatten minstens vier van de hieronder vermelde grassoorten, waarvan Engels raaigras doorgaans het grootste aandeel uitmaakt. Er zijn ook mengsels te koop die helemaal geen Engels raaigras (dat het hoogste fructaangehalte heeft) bevatten. Veldbeemdgras bevordert een stevige grasmat.
Regelmatig doorzaaien is van groot belang om de diversiteit te waarborgen.

Veel gebruikte grassoorten:
• Engels raaigras
• Italiaans raaigras
• Timoteegras
• Veldbeemdgras
• Rood zwenkgras
• Kropaar
• Rietzwenkgras
• Grote vossenstaart



Bron:
wikipedia

Engels raaigras (Lolium perenne)
Kan tegen kort afbijten en is het meest voorkomende gras. Lang levend, sterk. Groeit op alle bodems, uitgezonderd in zeer droge gebieden. Gevoelig voor kale vorst en late vorst en een langdurig pak sneeuw. Goed herstelvermogen. Verdraagt zware beweiding. Fructaangehalte: extreem hoog, tot 11.2% in de droge massa bij de eerste snede (juni).

Hoogte: 10 - 90 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: juni t/m/ september
Fructaan
gehalte:
extreem hoog
tot 11,2% in droge massa bij
eerste snede

Botanische beschrijving
De plant wordt 30–60 cm hoog met rechtopstaande, gladde stengels. Het blad is lichtgroen, onbehaard en vettig glanzend. De nerven steken duidelijk boven het bladoppervlak uit. Het wordt tot 20 cm lang. De bladeren zitten in een jong stadium langs de hoofdnerf gevouwen. De schede aan de voet is vaak roze. Het tongetje (ligula) is ringvormig en tot 2 mm hoog.


Bloeitijd Van Engels raaigras worden er verschillende typen onderscheiden met betrekking tot het bloeitijdstip. Het vroegste type ("vroeg hooitype") bloeit van half mei tot eind mei. Het late type ("weidetype") bloeit in de eerste helft van juni. Na maaien of beweiden kan alleen het vroeg hooitype nog een keer in bloei komen.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl



Bron:
wikipedia

Italiaans raaigras (Lolium multiflorum)
Is een voedzaam gras, kan goed tegen maaien en beweiding.

Hoogte: 30 - 100 cm.
Levensduur: een- of tweejarig
soms overblijvend
Bloeitijd: juni t/m oktober
Fructaan
gehalte:
extreem hoog

Botanische beschrijving
De plant wordt 30-120 (soms tot 180) cm hoog en vormt een minder dichte zode dan Engels raaigras. De gladde stengels staan rechtop. De bladeren zijn in de schede nog opgerold (bij Engels raaigras gevouwen) en aan de bovenkant een klein beetje ruw. Op de overgang van bladschijf naar bladschede zitten een tongetje en oortjes. Het tongetje (ligula) is tot 1,5 mm lang en zoomvormig.


Bloeitijd Italiaans raaigras bloeit eind mei en gaat na elke keer maaien weer bloeien. De bloeiwijze is een platte aar met een heen en weer gebogen, ruwe spil. De aar buigt meestal over. De aartjes hebben tien tot twintig bloempjes en zijn ten minste twee keer zo lang als de kelkkafjes. De kelkkafjes zijn ongeveer 6 mm lang. Het onderste kroonkafje (lemma) is ongeveer 6,5 mm lang en heeft een 5-10 mm lange kafnaald. De meeldraad heeft bleekgele, 4 mm lange helmhokjes. De vrucht is een graanvrucht.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl



Bron:
wikipedia

Timoteegras (Phleum pratense)
Is smakelijk en structuurrijk en een productief, lang groeiend gras. Groeit na de eerste snede relatief langzaam. Is ongevoelig voor koude en natheid. Is gevoelig voor sterk drogende gronden. Past zich gemakkelijk aan. Fructaangehalte: gering, tot 5% in de droge massa bij de vierde snede (oktober).

Hoogte: 10 - 150 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: juni t/m augustus
Fructaan
gehalte:
gering

Botanische beschrijving
De bladeren zijn groen of grijsgroen en zijn maximaal 45 cm lang. Het blad is onbehaard, maar voelt wel ruw aan, vooral de bovenzijde. Het ovale tongetje (ligula) is tot 6 mm lang en heeft een stompe punt.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl



Bron:
wikipedia

Veldbeemdgras (Poa pratensis)
Heeft een laag energie- en eiwitgehalte en is een sterk, laag groeiend gras. Past zich goed aan aan bodem en klimaat. Voldoende winterhard. Het groeit traag en vormt een goede grasmat. Fructaangehalte: gemiddeld, tot 8.2% in de droge massa bij de derde snede (augustus).

Hoogte: 10 - 90 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: mei t/m juli
Fructaan
gehalte:
gemiddeld

Botanische beschrijving
Het blad is 2-5 mm breed. De kleur kan afhankelijk van het ras licht- tot donkergroen zijn. Bij de lichtgroene rassen valt het onkruid straatgras in een gazon niet op. De top van het blad is iets naar binnen gebogen en bij gladstrijken scheurt de top en vormt dan een v. Langs de hoofdnerf lopen twee lichte lijnen, die als het blad tegen het licht gehouden wordt goed te zien zijn. Op de grens van bladschijf en bladschede zit een tot ongeveer 1 mm breed tongetje (ligula). De bladschede kan kaal tot wollig behaard zijn.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl


Bron:
wikipedia

Rood zwenkgras (Festuca rubra)
Is structuurrijk en laag in energie eiwit, het stelt weinig eisen aan bodem en klimaat. Goede grasmat op armere lichte of veengrond, waarop veeleisender soorten als Engels raaigras slecht groeien. Verdraagt zware beweiding niet. Fructaangehalte: laag, tot 6.3% in de droge massa bij de vierde snede (oktober).

Hoogte: 10 - 100 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: mei t/m augustus
Fructaan
gehalte:
laag

Botanische beschrijving
Het blad van vegetatieve spruiten is ingerold of min of meer vlak en 0,6-1,3 mm breed. Op het blad zitten meestal vijf nerven met naast de randen nog twee zeer zwakke nerfjes. De bladschede is meestal behaard en het tongetje is ongeveer 0,2 mm breed.

Roodzwenkgras bloeit in mei met een pluimvormige bloeiwijze. De ongeveer 17 mm lange aartjes hebben vijf tot zeven bloempjes met ongelijke kelkkafjes. Het langste kelkkafje is ongeveer 6 mm en het kortste 4 mm lang. Het onderste kroonkafje (lemma) is 5-8 mm lang en heeft een tot 3 mm lange kafnaald. De meeldraad heeft lichtgele of paarse, 4,5 mm lange helmhokjes. De vrucht is een graanvrucht.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl


Bron:
wikipedia

Kropaar (Dactylis glomerata)
Kropaar wordt in Nederland weinig gebruikt en is vooral geschikt voor grasland op droge grond. e voederwaarde is matig en een stuk minder dan die van Engels raaigras. Kropaar heeft een vrij hoog kaliumgehalte.

Hoogte: 30 - 90 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: mei t/m augustus
Fructaan
gehalte:
laag

Botanische beschrijving
Het blad is licht- of grijsachtig groen en wordt tot 35 cm lang. De ligula (tongetje) is tot 12 mm lang en is min of meer driehoekig.
De aartjes zijn tot 9 mm lang en hebben twee tot vijf bloempjes. Het geheel is een eenzijdige pluim die weinig vertakt is.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl


Bron:
wikipedia
www.paddockparadijs.nl

Rietzwenkgras (Festuca arundinacea)
Rietzwenkgras verdraagt enige tijd onderwater staand in de winter vrij goed.De fijnbladige rassen worden door het vee beter gevreten.

Hoogte: 50 - 200 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: juni en juli
Fructaan
gehalte:
extreem hoog

Botanische beschrijving
De plant vormt vrij dichte pollen of een vrij losse zode en stevige, gladde halmen.
Het meestal ruwe blad van vegetatieve spruiten is in het begin ingerold en wordt tot meer dan 50 cm lang en tot 12 mm breed. Onderaan de bladschede zitten 0,8 mm grote, min of meer gewimperde oortjes en een tot 2 mm lang tongetje. De oude bladscheden verweren niet tot vezels.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl


Bron:
wikipedia
www.paddockparadijs.nl

Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis)
De plant verdraagt tijdelijke overstromingen goed. De hoogte is circa 1,2 m. Het is in het vegetatieve stadium een erg voedzame (hoge voederwaarde) plant en één van de vroegst bloeiende grassoorten. Is door het vroege doorschieten echter minder geschikt als weidegras.

Hoogte: 30 - 120 cm.
Levensduur: overblijvend
Bloeitijd: april t/m juni
Fructaan
gehalte:
gering

Botanische beschrijving
Het gladde blad is groen (enigszins naar blauw neigend), onbehaard en tot 10 mm breed. Wel is het blad soms aan de achterzijde iets ruw. De ribben op de bladbovenzijde zijn vrij ver van elkaar geplaatst. Het tongetje (ligula) is min of meer vierkant en 1-2,5 mm lang.
De aartjes zijn afgeplat en ovaal. Ze zijn 4-6 mm lang, eenbloemig en behaard met lange wimperharen. Op het onderste kroonkafje zit een kafnaald. Aan ieder takje zitten vier tot tien aartjes, die samen een dichte, smalle aarpluim vormen en die tot 13 cm lang kan worden. De aarpluim is grijsachtig groen tot purperkleurig en voelt zacht aan. De helmhokjes met tot 4 mm lange helmknoppen zijn bleeklila, soms crème-geel, gekleurd. De aarpluim bloeit van boven naar beneden, waarbij als eerste de stempels tevoorschijn komen. De vrucht is een graanvrucht.

Bron:
wikipedia
www.wilde-planten.nl
www.paddockparadijs.nl

terug naar boven

Hooien voor paarden

Indien je voldoende weiland hebt (minimaal 1 ha per paard), kun je meestal een gedeelte hooien. Hooi ieder jaar een ander (eenderde) deel van de wei omdat:
• na het hooien worden de "ruige plekken" (bossen) weer gegeten door de paarden
• het bloeiende gras zich uitzaait zodat je weiland jong gras krijgt
• het grasland rust krijgt

Hooi
Door gras te laten drogen (kunstmatig of natuurlijk) wordt het vochtgehalte lager, ca 15-20 %. Gras laten drogen tot hooi duurt ongeveer 3-5 dagen. Door het lage vochtgehalte is het lang te bewaren (meer dan een jaar) omdat het ongevoeliger is geworden voor schimmels en andere micro-organismen.

Voordroog
Voordroogkuil krijgt je door het gras kort te drogen op het land (één dag voor natte kuil, 2-3 dagen voor droge kuil) en het daarna af te sluiten met folie. De invloed van zuurstof wordt hierdoor beperkt en er treedt een verzuring op in de baal voordroogkuil, veroorzaakt door bepaalde bacteriën. Hierdoor vergroot je de houdbaarheid.
Door het hoge vochtgehalte (ca 20-50 % vocht) kan een aangebroken baal kuil gaan schimmelen. Zorg ervoor dat een aangebroken baal voordroogkuil binnen 4 à 5 dagen wordt verbruikt. In de zomermaanden kan de houdbaarheidstermijn van een aangebroken baal nog kleiner zijn.
Natte kuil is niet geschikt voor paarden omdat het te zuur is.

Samenstelling
Deze van het hooi wordt uiteraard bepaald door het soort gras maar ook door het maaistadium van het gras waarvan hooi gemaakt wordt.
• Fijnstengelig /bladrijk hooi
Het grasland is waarschijnlijk goed bemest waardoor het hooi energie- en eiwitrijk is. • Grofstengelig / vezelrijk hooi
Meestal is dit een mengeling van verschillende gewassen zoals klaver, bloemen en kruiden. Hierdoor is het energie- en eiwit gehalte lager dan de fijnstengelinge / bladrijke versie.
Welk hooi voor jouw paard(en) het meest geschikt is hangt af van het type paard of pony, wat je ermee doet en hoe de huisvesting is. Paarden op stal die weinig werken kun je het beste grofstengelig hooi geven met een lage voedingswaarde. Daar mogen ze nml veel van hebben. Jonge paarden in de groei hebben meer baat bij ruwvoer met een hoge voedingswaarde.

Voeren
Hooi moet langer dan 6 weken in de pakjes zitten voordat het gevoerd mag worden.


Normaal gesproken kun je in één zomer twee keer hooien (de eerste rond eind juni en de tweede in augustus). Omdat het hooi voor paarden soms langer op het land blijft staan, kun je misschien geen tweede keer maaien. Je kunt dan beter na de eerste keer hooien de paarden weer laten weiden.
Hooi van de eerste snee is minder geschikt voor paarden dan de tweede snee omdat deze energierijker is.


Als je laat maaien, schudden en pakjes maken door een loonwerker, besef dan dat deze niet bij iedereen op dezelfde ideale tijd kan verschijnen. Laat duidelijk weten wat je wensen zijn, maar sluit je aan bij de gewoontes uit je omgeving (vraag het aan de loonwerker). Als een loonwerker bij iedereen tegelijk kan gaan schudden, hoeft hij maar één keer zijn apparatuur achter de trekker te hangen. Laat zo vroeg mogelijk weten wanneer je ongeveer het hooi in de pakjes wenst te laten maken, dan ben je misschien niet als laatste aan de beurt.


Bemesten en groeien
• verspreid eventueel achtergebleven mestballen
• grasland dat bestemd is om te maaien, mag je ruimer bemesten dan een weide die bedoeld is voor begrazing. Om exact te weten aan welke voedingsstoffen jouw grasland behoefte heeft, kun je best een grondstaal laten onderzoeken.
• controleer je weiland op takken of ander materiaal. De machines kunnen daardoor kapot gaan want in het hoge gras kun je niets zien liggen.
• als je je weiland niet laat besproeien tegen onkruiden, controleer dan regelamatig op giftige planten, vooral Jacobskruiskruid


Maaien
• omdat stengelig hooi meer geschikt is, moet je het gras relatief lang laten worden
Het gras moet in bloei staan, als het gras doorschiet en aren (zaadvorming) in komen kan er gemaaid worden.
• maai als er een periode van goed weer verwacht wordt (zonnig en liefst winderig) van ongeveer 5 dagen. Let op de boeren in je omgeving, als veel boeren laten maaien, moet je je eigen situatie bekijken.
• maai het gras bij voorkeur in de loop van de vroege ochtend als de dauw verdwenen is (9.00 à 10.00 uur a.m.)
• gooi het hooi in de bochten uit elkaar (meer naar het midden)
• maai met een bosmaaier het gras onder de afrastering en gooi dat bij het hooi op de wei

Toelichting
De apparatuur om te maaien en het hooi te schudden kan niet in de hoeken komen en niet onder, of te dicht bij de afrastering. Je zult dit zelf moeten bijwerken met een bosmaaier of een zeis.
In de bochten verzamelt zich veel hooi dat langer nat blijft dan de rest van de wei, daarom moet je dit verspreiden. Mogelijk komt er anders te nat hooi in sommige pakken met met broei en schimmelvorming als gevolg.


Schudden en drogen
• het hooi moet geschud of gekeerd worden om goed te drogen. Er komt dan meer lucht in wat het drogen bevordert.Hooi dat op dezelfde plaats op de grond blijft liggen gaat rotten in plaats van drogen.
• schud hooguit twee keer per dag. Bij voorkeur in de late ochtend en in de late middag (of vroege avond). Als je te vaak of teveel schudt, breekt het gras en gaat er voedingswaarde verloren.
• een buitje regen is geen nachtmerrie maar herhaald regen geeft hooi van slechte kwaliteit of onbruikbaar hooi. Beter is het dan om op tijd je hooi laten wikkelen (voordroog)


Het hooi wordt in balen geperst, met touwen vastgemaakt en opgeslagen in een hooischuur.

Wiersen en pakjes maken
Voordroogkuil wordt geperst en in folie gewikkeld en kan buiten opgeslagen worden.

• het gras is droog genoeg wanneer het een drogestof (ds) gehalte van meer dan 80% heeft
• voordroog is droog genoeg wanneer het een drogestof (ds) gehalte van meer dan 60% heeft
• het hooi wordt op richels gebracht (wiersen)
• controleer of alle hooi op een richel ligt en verplaats het met de hand als dit niet het geval is (vooral in de bochten)
• plukken hooi die op het land blijven liggen gaan rotten en zorgen voor slechte plekken in het weiland

Kleur en geur
De kleur en geur van het hooi geeft informatie over de droogte van het hooi:
Groen/geel
Hooi met een groen/gele kleur en een frisse kruidige geur heeft kort op het land gelegen om te drogen (ca. 4 dagen). Het aandeel verteerbaar ruw eiwit is hoog, evenals de energiewaarde.
Licht bruin
Dit hooi heeft een caramelachtige geur doordat het licht gebroeid heeft. Hierdoor is de voedingswaarde afgenomen.
Bruin-zwart
De zwarte kleur kan veroorzaakt worden door zware broei. Tevens geeft de broei een muffe geur en is dus voor het paard minder smakelijk. De kleur kan ook veroorzaakt worden door regen die over het hooi gegaan is tijdens het drogen.


Opslag
• het hooi moet in een bepaald patroon op de kar gestapeld worden om te voorkomen dat het eraf valt onderweg
• hooi wordt binnen opgeslagen en voordroog (in folie) kan buiten opgeslagen worden
• hooi moet van de grond af geplaatst worden, b.v. op een pallet
• leg de snijkant van het hooi naar beneden
• de buiten opgeslagen balen voordroog kun je het beste afdekken met een zeiltje zodat de vogels ze niet lek pikken
• als je voordroogbalen opstapelt, zorg dan voor een veilig plek zodat er geen kinderen onder kunnen komen

Opslagruimte hooi
Hooi wordt meestal in balen geperst, met touwen vastgemaakt en in een hooischuur opgeslagen. Voor behoud van de kwaliteit is het belangrijk dat de ruimte droog en geventileerd is. Onvoldoende ventilatie en droogte kan leiden tot broei, de temperatuur kan dan zelfs zo hoog oplopen dat het in de brand vliegt.


Na het hooien
• controleer de omheining op schade
• controleer op achtergebleven materiaal (touwtjes of stukken folie)
• bemest je land om de groei in het gras te stimuleren


terug naar boven

Fructaan

Naast andere oorzaken is heeft fructaan een grote invloed op de ontwikkeling van hoefbevangenheid.

Om te groeien heeft gras nodig:
• voeding
• warmte
• zonlicht
• water

Alle planten slaan verschillende vormen van koolhydraten op, aangemaakt door middel van fotosynthese. In bijvoorbeeld graangewassen komen deze koolhydraten voor in de vorm van zetmeel, in gras wordt de energie hoofdzakelijk opgeslagen in de vorm van fructaan. De fructaan wordt opgeslagen in de stengel van het gras.

Het fructaangehalte in grassen is ondermeer afhankelijk van de temperatuur, de hoeveelheid daglicht, het aandeel sporenelementen in de plant en de vegetatieperiode. In perioden met een negatieve energiebalans - dit is tijdens de groei, de bloei en de zaadontwikkeling van de plant - wordt de als fructaan opgeslagen energie weer opgenomen en neemt het fructaangehalte af. Grofweg is dit de periode van mei tot september. Daarna is er meestal sprake van een positieve energiebalans en neemt het fructaangehalte weer toe.

Tijdens zonnige dagen en koude nachten stapelen fructanen zich op. Wanneer het gras niet voldoende kan groeien wordt het fructaan opgeslagen in de korte stengel en wordt in verhouding het fructaangehalte steeds hoger.
Als één van bovengenoemde faktoren ontbreekt kan het gras niet groeien en het fructaangehalte neemt toe. Het fructaangehalte kan in korte tijd vrij snel veranderen.
Het is bekend dat fructaan ook wordt opgeslagen in grasstoppels waardoor zeer kort afgegraasde weitjes extra gevaarlijk kunnen zijn! Uiteraard spelen ook andere factoren een rol bij de hoogte van het fructaangehalte van gras, hierbij moet je o.a. denken aan de grassoort, de ondergrond, de beschikbaarheid van voedingsstoffen (meer is in dit opzicht gunstiger) en het jaargetijde. Planten gebruiken fructaan om zichzelf tegen bevriezing te beschermen. Zodra de temperatuur onder de 5 graden Celsius komt, loopt het fructaangehalte van de plant dan ook erg op.

koud vriesweer,
geen zon
gemiddeld
koud vriesweer,
stralende zon
extreem hoog
nachtvorst, overdat onder de 15 graden,
stralende zon
hoog
's nachts 5 graden stralende zon 's ochtends extreem hoog overdag afnemend naar hoog
's nachts boven 15 graden stralende zon 's ochtends laag 's middags iets toenemend
's nachts boven 15 graden bewolkt laag

terug naar boven

Dressuuroefeningen in zakformaat
dressuurboekje
Wil je verschillende dressuuroefeningen in een handig boekje?
Een leuk geschenk voor jezelf, je vriend(in) of familielid.

Lees meer ............

Springoefeningen in zakformaat
springboekje
Wil je verschillende springoefeningen en enkele parcoursschetsen in een handig boekje?
Een leuk geschenk voor jezelf, je vriend(in) of familielid.

Lees meer ............


terug naar boven


Bronnen http://paarden.dapbodegraven.nl/een-goed-verzorgd-weiland.html
http://paddockparadijs.blogspot.nl/
http://www.pasture4horses.com


terug naar boven